dinsdag 19 juli 2011

Kanttekeningen bij de diagnose autisme

Gepubliceerd: februari 14th, 2011

Geschreven door Herbert van Erkelens.

Autisme betekent dat er een stoornis in de hersenen zit. De prikkel- en informatieverwerking is verstoord waardoor iemand met autisme moeilijkheden ondervindt op het gebied van communicatie, sociale interactie en verbeeldend vermogen. 

Dat is het beeld dat algemeen geschetst wordt en ook door de Nederlandse Vereniging voor Autisme wordt gehanteerd. Mensen met autisme zouden volgens deze vereniging leven in een wereld die ze niet begrijpen. 

Maar als ouder van een dochter met PDD-NOS, een ontwikkelingsstoornis binnen het autismespectrum, vraag ik mij af of dit beeld wel klopt. Want dat is maar één bepaalde manier om naar autisme te kijken. In ieder geval vind ik het niet gewenst om een kind een stoornis aan te praten als die niet gelokaliseerd en ook niet nader gespecificeerd kan worden. Want dat is de betekenis van PDD-NOS: een diep doordringende stoornis in de ontwikkeling (Pervasive Development Disorder) die niet nader gespecificeerd kan worden (Not Otherwise Specified).

Inmiddels zijn er studies verschenen waarin de scheidslijn tussen kinderen met en kinderen zonder autisme aan het vervagen is. Sue Bennett die zich autisme coach noemt wijst erop dat kinderen met veel talent of een bepaalde gave onderdeel van het autismespectrum kunnen zijn: ‘Zowel kinderen met een gave als kinderen met autisme neigen ertoe vaardigheden te hebben die op het rechterbrein zijn gebaseerd – zij hebben als kenmerk een grotere rechterhersenhelft en hebben meer kans om anomalieën in de linkerhersenhelft te vertonen. Kinderen met een gave of savants hebben typisch vaardigheden die aan het rechterbrein ontspringen zoals kunst, muziek en wiskunde. Beperkingen hebben deze kinderen doorgaans bij hersenactiviteiten die normaal gesproken in het linkerbrein plaatsvinden zoals talen en sociale vaardigheden.’ 

Ook wordt er op internet een verband gelegd tussen indigokinderen en autisme. De kinderen met autisme zouden volgens Paula Peterson van Earthcode ‘de andere indigokinderen’ zijn.

linker -en rechter hersenhelft

Tenslotte is er meer bekend geraakt over de functie van de rechterhersenhelft. Neuro-anatoom Jill Bolte Taylor heeft in 1996 een ernstige hersenbloeding in haar linkerhersenhelft gehad. Vele functies van die linkerhelft vielen uit waardoor zij meer en meer in de persoonlijkheid van haar rechterhersenhelft verzeild raakte. Zij werd tot haar verrassing een energetisch wezen dat één met de hele kosmos was en diepe innerlijke vrede ervoer. Wat wij normaliter onze identiteit noemen verdween bij haar geheel uit zicht naarmate de bloeding voortduurde. Ze wist niet meer wat een moeder was of dat zij een moeder had. Als er zo’n ingrijpend verschil is tussen de linker- en rechterhersenhelft, dan kunnen we ons voorstellen dat kinderen met een dominante rechterhersenhelft bijzondere aanpassingsproblemen hebben in een wereld die voornamelijk door de linkerhersenhelft is gecreëerd. 

Ook wordt er op internet geopperd dat mensen met autisme een niet-lineaire geest hebben. Dat zou de vaardigheden van de (wiskundige) savants onder hen verklaren. En het niet-lineaire brein zit rechts.

Het zou best mogelijk zijn dat kinderen zoals onze dochter baat heeft bij lesmethoden die speciaal gericht zijn op kinderen met een dominante rechterhersenhelft. Die worden door Linda Kreger Silverman de ‘Visual-spatial non-sequential learners’ genoemd. Zij zijn visueel-ruimtelijk en niet auditief-logisch ingesteld: ‘Zij leren alles tegelijkertijd en wanneer het kwartje gevallen is, vergeten zij het geleerde nooit meer. Zij leren niet via herhaling en drilmethoden. Zij leren van het geheel naar het deel en zij moeten eerst het grote plaatje zien voordat zij de details kunnen leren. Zij zijn “non-sequential” wat betekent dat zij niet op de stap-voor-stap manier leren waarmee de meeste docenten onderwijzen. Zij arriveren bij correcte oplossingen zonder stappen te nemen, dus is het vaak onmogelijk voor hen om “hun werk te tonen.”

Zij kunnen moeilijkheden hebben met gemakkelijke taken, maar tonen verbazingwekkende vaardigheid voor moeilijke, complexe taken. Zij zijn systeemdenkers die grote hoeveelheden informatie uit verschillende domeinen kunnen orkestreren, maar zij missen vaak de details. Zij neigen op organisatorisch gebied in het nadeel te zijn en zijn onbewust wat tijd aangaat. Zij zijn vaak creatief, technologisch, wiskundig of emotioneel begaafd.’ (Zie ook: Visual-Spatial Learners) 

Hoewel van leerlingen met autisme altijd wordt beweerd dat zij zich goed op details kunnen richten en het grote overzicht juist missen, zou het best de moeite waard zijn om leermethoden op hen uit te proberen die speciaal voor de rechterhersenhelft bedoeld zijn. 

Mijn dochter heeft het omgaan met de computer zonder noemenswaardige hulp en met vallen en opstaan onder de knie gekregen. Zij is nu de computerspecialist thuis en ze verricht daarbij allerlei handelingen zo razendsnel dat wij niet kunnen volgen wat zij doet.

Verschillende theorieën proberen het denken en het gedrag van mensen met autisme te verklaren, maar die theorieën zijn eerder beschrijvingen dan verklaringen. Autisme wordt daarbij inderdaad gezien als een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. De centrale coherentietheorie stelt dat mensen met autisme ernstige problemen hebben met het betekenisvol integreren van wat zij waarnemen. Zij zouden sterk gericht zijn op details en moeite hebben hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Maar wat zit daarachter? 

Gedragstherapeute Leslie Morrison meent in een interview op Earthcode (Angels Disguised ~ The Other Indigo Children) dat kinderen met autisme in feite hooggevoelige kinderen zijn die geen filters gebruiken voor de informatie die bij hen binnenkomt. Alle informatie komt bij hen naar binnen en zij weten niet hoe zij van deze informatie een zinvolle selectie kunnen maken. Zonder hulp zullen zij dat ook niet leren en daarom is het van vitaal belang dat zij op jonge leeftijd in een omgeving verkeren die hen aanmoedigt met informatie naar buiten te komen. Wanneer het proces van communicatie eenmaal op gang komt, kan ook het gedrag verdwijnen dat de omgeving als typisch autistisch ervaart.

Een tweede verklaringsmodel stelt dat mensen met autisme een ‘theory of mind’ hebben die slecht ontwikkeld is. Mensen met autisme zouden zich geen beeld kunnen vormen van wat zich in de geest van anderen afspeelt. Zij zouden zich dan ook moeilijk kunnen verplaatsen en inleven in de gedachten, gevoelens en intenties van een ander. 

Er zijn sterke aanwijzingen dat deze zienswijze voor de huidige generatie kinderen met autisme niet klopt. Morrison noemt als een van de opvallendste eigenschappen van de kinderen met wie ze werkt hun groot inlevingsvermogen. Dit natuurlijk talent voor empathie tonen zij vooral incidenteel: ‘En zo hebben we te maken met kinderen die vaak niet socialiseren of weinig contact met anderen hebben en toch op cruciale momenten diep mededogen tonen. Het lijkt er bijna op of zij op die momenten wachten om hun mededogen te tonen en het is werkelijk heel bijzonder als het gebeurt.’ Om deze reden kan het voor een ouder of een hulpverlener juist een verrijking zijn om met een autistisch kind om te gaan. 

Waar een kind met autisme opduikt, heeft het de potentie in zich om de omgeving ten goede te veranderen. Want het reageert alleen op liefde. Daarom meent Morrison: ‘Zij zijn een geschenk, geen probleem. Zij brengen de gave met zich mee om jou bewust te maken van wie je werkelijk bent. Ik heb zoveel geleerd over mijzelf, om zoveel mogelijk authentiek te zijn… en dat heb ik geleerd van hen. En wanneer ik van deze kinderen hun liefde voel, dat is het grootste geschenk dat zij kunnen geven.’

leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs

Tenslotte gaat de executive functioning theory ervan uit dat kinderen met autisme problemen hebben met plannen, organiseren, monitoren en bijsturen van gedrag en werk. Zij missen het overzicht om hun bezigheden te plannen in de tijd en hebben moeite met het flexibel reageren op plotseling veranderde omstandigheden. Vooral in het voortgezet onderwijs lopen leerlingen met autisme tegen problemen aan omdat er steeds maar van hen wordt verwacht dat ze zelfstandig werken en zelfstandig leren. Maar wat ze primair nodig hebben is een duidelijke en voorspelbare leeromgeving. 

De centrale hulpvraag van leerlingen met autisme is: ‘Help mij samenhang ontdekken in een wereld die voor mij chaotisch en onvoorspelbaar is.’ 

In Leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs, een uitgave van het Landelijk Netwerk Autisme, wordt dit haarfijn door Arjan Clijsen en Yvonne Leenders uitgelegd. Clijsen en Leenders signaleren ook dat autisme een stoornis met vele gezichten is. Leerlingen met autisme hebben niet alleen beperkingen maar ook talenten: ‘Leerlingen met autisme hebben hun eigen persoonlijkheid, temperament, intelligentie, kwaliteiten, talenten en tekortkomingen. De combinatie van deze persoonskenmerken zorgt ervoor dat autisme bij elk kind met autisme verschillend tot uiting komt.’


Ook hier kan als verklaringsmodel geopperd worden dat kinderen met autisme mogelijk minder sterk in vaardigheden zijn die met de linkerhersenhelft te maken hebben. Het voortgezet onderwijs is nogal sterk gericht op hersenfuncties die bij een grote groep mensen links worden aangetroffen. Het is nogal wrang dat kinderen met autisme tijdens een belangrijke levensfase in een omgeving verkeren die een grote druk op hen legt. Zij worden extra op hun tekorten gewezen en kunnen hun talenten in onvoldoende mate ontplooien. Veel mensen met autisme wijzen de periode in het voortgezet onderwijs als de moeilijkste fase van hun leven aan. Als ouder vraag je je vaak af wat een samenleving bezielt om alle kinderen aan een en hetzelfde onderwijssysteem te onderwerpen. 

In Ieder kind in z’n eigen kracht is Carla Muijsert van mening dat onze tijd om een onderwijssysteem vraagt waarin niet de leerstof, maar het kind centraal staat: ‘Het huidige mensbeeld vraagt om een onderwijssysteem waarin gestandaardiseerde normen worden losgelaten, een systeem, waarin het vertrouwen in kinderen centraal staat en de angst dat ze maatschappelijk uit de boot vallen los wordt gelaten… Schoolinitiatieven waarin kinderen worden gezien zoals ze zijn, maken goed zichtbaar hoeveel meer kinderen in hun mars hebben dan waar ze vaak krediet voor krijgen.’


auteur en copyright: Herbert van Erkelens
Voor het plaatsen van dit artikel is toestemming verkregen.
website hier
artikel hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen