vrijdag 16 september 2011

maandag 12 september 2011

HSP en echtscheiding



Echtscheiding is meestal een pijnlijk onderwerp—hoewel voor sommige mensen een scheiding aanleiding tot vreugde is. Maar als het pijn doet, doet het waarschijnlijk meer pijn als je een bent. Dit is ongetwijfeld waarom ik het schrijven hierover gedurende veertien jaar heb vermeden. Hoe kan ik mogelijkerwijs helpen? Ook is iedere scheiding zo verschillend dat het moeilijk is iets te zeggen dat in zijn algemeenheid waar is. Maar ik zal het proberen.

Scheiding kan soms erger zijn dan het overlijden van een echtgenoot. Wellicht is tegen de tijd dat je gaat scheiden de liefde voorbij, maar er is sprake van een andere pijn. Je kunt je een mislukkeling voelen in het huwelijk of tenminste in het kiezen van een goede partner. Je bent teleurgesteld in jezelf, in de ander of in beiden. Je bent misschien boos, of zelfs woedend – zeer kwellend voor een HSP. Je bent bang voor de toekomst op een heel andere manier dan na het overlijden van een echtgenoot—met name ben je bang dat je nooit meer in staat zult zijn een succesvolle  relatie te hebben. Maar bovenal, voel je je waarschijnlijk van tijd tot tijd heel alleen en eenzaam, zo, dat als je de scheiding gewild had, het nu een grote vergissing lijkt, en als je die niet gewild had, het kan voelen als een onoverkomelijk tragisch verlies. Laten we hier beginnen.

Omdat de HSP´s zo sterk voelen, moeten we beter begrijpen wat we voelen en waarom, zodat we onze dienovereenkomstig kunnen reguleren. Gedurende en na een scheiding voelt het waarschijnlijk als een groot verlies, zelfs als je vindt dat het voor jou het beste is dat de relatie is beëindigd. Dit komt doordat, als we voor lange tijd met iemand samenleven, we ons aan diegene gaan hechten. Als er sprake is van gelukkige tijden, dan zal je gehechtheid nog sterker zijn. Iedere scheiding houdt het doorsnijden van een gehechtheid aan een ander in. Zo´n gehechtheid is een diepe instinctieve band die, wanneer deze beëindigt wordt, eenzaamheid kan veroorzaken, uiteraard — soms in de vorm van een hevige, bijna primitieve pijn.

Gehechtheid is NIET hetzelfde als liefde. Zoals ik liefde definieer, is het een aantrekkingskracht tot een zeker persoon, die maakt dat je bij diegene in de buurt wilt zijn, hem of haar zo volledig mogelijk wilt leren kennen en diegene wilt helpen zoveel als je kunt. Gehechtheid is niet zo bijzonder. Gehechtheid ontstaat met mensen die sommige van onze behoeftes hebben vervuld – misschien de behoefte aan lichamelijk contact of seks, een thuis, kameraadschap, een gevoel van bij iemand te horen, of wat controle over iemands liefde voor jou.

Gehechtheid kan zelfs blijven nadat deze persoon is opgehouden met jouw behoeftes te vervullen, door de simpele associatie van de persoon, met de bevredigde behoefte. Maar dit is geen liefde. Misschien is jouw huwelijk als liefde begonnen, voor één van jullie of voor allebei. Op het moment van je scheiding echter, was de liefde voorbij voor tenminste één van jullie.

Je bent altijd gehecht aan iemand van wie je houdt, maar je houdt niet altijd van iemand waar je aan gehecht bent. Verder, als iemand aan jou gehecht is, houdt hij of zij misschien niet echt, op de manier die ik hierboven heb gedefinieerd, van jou. Het is voor HSP´s belangrijk om dit op waarde te schatten, want omdat we geneigd zijn om zoveel mogelijk aan de verlangens van anderen tegemoet te komen, betekent dat dat  mensen zich aan ons hechten. Ook zelf voelen we onze behoeftes heel sterk, en hechten we ons daarom erg aan mensen die aan onze verlangens tegemoetkomen of zelfs ooit aan meerdere van onze verlangens tegemoet zijn gekomen.

Als je overdonderd wordt door je emoties aangaande je scheiding, probeer dan zo objectief mogelijk te bedenken wat liefde was zoals ik die heb gedefinieerd, en wat gehechtheid was. Het kost tijd een gehechtheid los te laten. Het is een zeer primitief instinct. Maar als je ziet dat de liefde voorbij is, of er nooit is geweest – dat je intense gevoelens vanwege een tanende gehechtheid waren - kan het helpen de traagheid en pijn van het onthechtingproces, als niet echt te maken hebbend met liefde, te accepteren.


Ga de Confrontatie aan met je Schaamte en Schuldgevoel

Schaamte en schuldgevoel maken altijd deel uit van een scheiding, en HSP´s zijn in het bijzonder vatbaar voor deze emoties. Ik wil graag wijzen op het feit dat onderzoek uitwijst dat schaamte en afwijzing net zoveel pijn doen als fysieke pijn. Deze emoties gaan gepaard met het je vreselijk over jezelf voelen, wat niet zal helpen bij deze verandering in je leven. Dus je moet in overweging nemen hoeveel schaamte je voelt over je scheiding en beginnen met er iets aan te doen.

Schaamte kan in het bijzonder slecht zijn als je jezelf ziet als degene die verlaten is, zoals vaak het geval is bij HSP´s. Maar overweeg of jij net zoveel wilde dat de relatie beëindigd zou worden, als je partner, die degene was die in werkelijk jouw verlaten heeft. Het feit is dat, doordat je een HSP bent, was het minder waarschijnlijk dat jij degene zou zijn die de relatie zou beëindigen. Je zou je gewetensvol je geloften herinneren en het blijven proberen.
Je hebt je wellicht ook drukker gemaakt over je alternatieven. De beste voorspeller van een scheiding is het hebben van een beter alternatief (ofwel een andere partner of een andere levensstijl). Voor HSP´s, doordat ze niet impulsief zijn, is het minder aannemelijk dat ze op een niet-uitgeprobeerde alternatief zullen . Maar als om de één of andere reden je onbewust vond dat het tijd was om uit de relatie te stappen, heb je wellicht dingen gedaan die je partner zich zó ellendig lieten voelen (terugtrekken of bekritiseren – we zijn goed in beiden) dat hij of zij niets ander kon doen dan te vertrekken. Wees er dus niet zo zeker van dat jij de verlatene bent.

Welke ook je reden mag zijn voor schaamte en schuldgevoel, gun jezelf wat mededogen. Er zijn twee manieren van aankijken tegen iedere actie die negatieve consequenties heeft. De ene is de houding van de wet in de rechtszaal: de persoon die de actie ondernam was verantwoordelijk en had beter moeten weten. De ander is psychologischer en barmhartiger: de persoon kon er niks aan doen, gezien alles wat deze persoon gebeurd is en de dingen die hij of zij niet had kunnen weten op dat moment.
Een gerechtelijke perspectief heeft een aantal waarden, maar niet in het geval van echtscheiding, als de dingen zo ingewikkeld zijn en beide personen zeker een rol hebben gespeeld, al was het slechts dat de één ander te lang heeft verdragen. Houd dus op met je eigen aanklager en rechter te spelen. Heb wat mededogen met jezelf. Is het niet zo dat je altijd het beste hebt gedaan dat op dat je moment kon? Misschien kun je zelfs dat mededogen uit te breiden naar je ex-echtgenoot.


Wie Was de Schuldige? – Leg de Schaamtebal Neer

Gedurende een scheiding wordt de ´schaamtebal´ tussen de partners heen en weer gegooid. “We zouden nog steeds bij elkaar zijn als jij niet…” . “ Ben je gek? Jij was degene die…” “Zo jammer dat ze niet kon.” Heen en weer gaat de schaamte van het zijn van de oorzaak van deze ramp. Dus heen en weer gaat de bal.  Niemand wil ermee blijven zitten.
Het is zoveel beter de bal neer te leggen, dat juridische perspectief te laten varen van wie de schuld moet krijgen. Uiteraard zijn er mensen die een intense, levenslange behoefd hebben om schaamte in iedere situatie te vermijden en die zeer vaardig zijn in het onder iedere blaam uitkomen en het een ander ermee opzadelen. Als jouw partner zo iemand is, dan zul je bijzonder hard moeten werken om hem of haar de schaamtebal neer te laten leggen, in plaats van die naar jou over te spelen.

Een deel van de schaamte accepteren kan helpen. “Misschien hebben we beiden bijgedragen aan dit fiasco.” “Ik weet dat je het geprobeerd hebt, net zoals ik.” “Ze zeggen dat een scheiding altijd het werk is van twee mensen, en ik erken zeker mijn aandeel hierin”. Als je nog steeds teveel beschuldigd wordt, probeer je dan zeker af en toe te verdedigen, maar probeer ook voorbij je partner´s wanhoop te zien en laat sommige van de aanvallen van je afglijden.


Het Standaard Advies, Aangepast aan HSP´s

Als je “omgaan met een echtscheiding” Googelt verschijnt er een berg aan net zo uitstekend als repetitief advies. Maar dit is de aangepaste lijst voor HSP´s.

Rouw diep en grondig. Dit is uiteraard gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik heb over HSP´s en rouw geschreven (zie: “Comfort Zone” mei 2006 en augustus 2009- dit zijn de nieuwsbrieven van Elaine Aron). Als je rouwt, kun je allerlei emoties voelen naast – boosheid, schaamte, schuldgevoel, en zelfs af en toe vreugde. Soms voel je het hoofdzakelijk fysiek, vaak als een diepe uitputting. Daarom, zal je het als HSP nodig hebben om zo nu en dan te stoppen met rouwen. Gun jezelf wat afleiding. Het is niet erg om vreugde te voelen of te lachen. De rouw gaat niet meteen weg. Er is geen vaste hoeveelheid tijd om te rouwen voordat je “er overheen bent”.

Zorg bijzonder goed voor jezelf. Als dit het standaardadvies is dat de “omgaan met echtscheiding”-websites aan iedereen geven, hoe veel meer waar moet het dan zijn voor HSP´s. Probeer zo mogelijk wat minder te werken en zorg op alle andere manieren goed voor jezelf – genoeg slaap, gezond voedsel, ga buiten sporten. Dit kan een opgave zijn als je van streek bent, maar je moet het doen als je niet in een depressie terecht wilt komen die misschien slecht met behulp van medicatie onder controle te krijgen is. (Er bestaan verschillende websites die de symptomen van ernstige depressie vermelden). Onthoud dat HSP´s zich goed voelen in de natuur en in of bij water.

Probeer vooral tijd door te brengen met mensen waar je van houdt en die met aanvaarding naar jouw gevoelens kunnen luisteren. Dit kan betekenen dat je lange telefoongesprekken voert met mensen die niet in de buurt zijn. Probeer een HSP te hebben onder degenen met wie je praat, of iemand die jouw gevoeligheid begrijpt. Velen van degenen die je kent zullen proberen je gevoelens voor jou te “repareren”, ofwel je na een tijdje vertellen dat je je er gewoon overheen moet zetten. Echter, zoals met iedere rouw, zul je het nodig hebben om keer op keer over je scheiding te praten. Je zou je hiertoe kunnen aansluiten bij een scheidingspraatgroep. Eventueel kun een subgroep vormen met HSP´s die door een scheiding heen moeten.

Blijf uit de buurt van je ex. Sommige mensen adviseren drie tot zes maanden, om de boosheid dood te laten bloeden en om de gewoonte om de confrontatie met elkaar op te zoeken te breken. Als er echter kinderen bij betrokken zijn, is dat een compleet andere situatie. Er zijn veel boeken geschreven over hoe hier mee om te gaan. Deze afstand kan buitengewoon behulpzaam zijn voor een HSP, maar kan in het begin moeilijker zijn om op te brengen. Gebruik je gezonde verstand om uit te maken of het hebben van contact je je beter doet voelen of slechter.

Zoek uit wat er gebeurd is, zodat het niet opnieuw gebeurt. Nog meer dan de meeste mensen, was je als HSP waarschijnlijk al aan het worstelen om te begrijpen wat er fout aan het gaan was in je huwelijk. Misschien doe je dat nog steeds na je scheiding, en mogelijkerwijs blijf je dat nog vele jaren doen. Dat is prima als je je maar realiseert dat het er niet om gaat wie er schuldig is. Het is voor zelfkennis en om het maken van dezelfde vergissingen te voorkomen. Maar het kan gemakkelijk weer leiden tot schaamte en schuldgevoel, dus je zou hier aan kunnen werken met iemand die je vertrouwt en die het één en ander weet over hoe relaties over het algemeen werken. Zorg ervoor dat je genoeg tijd hebt om te verklaren wat er is gebeurd, en verzeker je ervan dat de ander echt naar je heeft geluisterd. Mijn boek The Undervalued Self (Het Ondergewaardeerde Zelf) zou je ook helpen in te zien wat er is gebeurd –  en hoe gevoelens van mislukking, verslagenheid en depressie te voorkomen.

Dit is een Keerpunt.
De scheidingadvies mensen zullen je vertellen dat de tijd alle wonden heelt en dat je je na verloop van tijd beter zult voelen. Als een HSP, kan ik me voorstellen dat je je niet zo gemakkelijk laat overtuigen. Je hebt waarschijnlijk geraden wat de onderzoeken over scheiding hebben uitgewezen, dat het gelukkige einde meestal maar voor één van de twee opgaat. Dit is meestal degene die meer geld heeft en een betere baan, die aantrekkelijker en contactueler is, en in zijn algemeenheid over meer en betere alternatieven beschikt. Als die persoon beter uit de scheiding tevoorschijn komt en zich beter en beter voelt vanwege dit wonderbaarlijke herstel, dan zal de ander bij het zien van het geluk van zijn of haar voormalige partner zich nog slechter voelen.
Ik kan me voorstellen dat HSP´s hier risico zouden lopen, op die manier dat we ons vaak al enigszins inferieur voelen, en terwijl er verschillende dingen zijn die ons gelukkig maken, voelen we ons minder gelukkig als we die de dingen hebben die de meeste mensen gelukkig maken. Dus na een scheiding, moet je wellicht eens diep nadenken over hoe je jouw gelukkige einde eruit wilt laten zien, of tenminste hoe je jezelf in bedwang houdt en uit deze nederlaagpositie opstaat. Je moet waarschijnlijk de externe maatstaven voor langdurig geluk na scheiding, maatstaven zoals wie hertrouwd is meer financiële zekerheid etcetera, opgeven. Jij wilt degene zijn die, uiteindelijk in je eigen tijd, deze nieuwe vrijheid gebruikt om je karakter te ontwikkelen, je bewustzijn uit te breiden, uiting te geven aan je creativiteit, en allerlei liefdevolle connecties aan te gaan.
Dit is succesvol scheiden op de HSP manier.

Auteur: Elaine Aron
vertaling: Zita voor  www.nieuwetijdskind.com ©2011


dinsdag 6 september 2011

“’Mietje’ of ‘bangerik’ zeggen is geen goede aanpak”


Ilse Van den Daele is auteur van het boek “Mijn kind is hoogsensitief” (Lannoo).

Hooggevoeligheid’, vinden we niet een ‘probleem’ uit? 

Ilse Van den Daele: “Hooggevoeligheid is geen ziekte, afwijking of stoornis. Je kan dus officieel niet over een ‘diagnose’ spreken. Het is een temperament, een persoonlijkheidskenmerk, gelinkt aan een sterker ontwikkeld centraal zenuwstelsel. Het is een basistoestand, een manier van ‘zijn’. Dat kan je niet zomaar ‘behandelen’ en al zeker niet weg krijgen. Hooggevoelig zijn is op zich geen probleem. Maar als je een hooggevoelig kind niet ondersteunt in zijn manier van ‘zijn’, komen er vaak (gedrags)problemen. Je kind krijgt een probleem met zijn zelfwaarde en een gebrek aan basisveiligheid, dat zo ontzettend belangrijk is voor hooggevoelige kinderen. Het is alsof het kind nooit goed kan doen in de ogen van de ouders of van de directe omgeving. Daardoor verliest het zijn eigen identiteit.”

Kleven we zo niet weer een etiket op kinderen? 

Ilse Van den Daele: “We willen met de term ‘hooggevoelig’ mensen niet etiketteren. Het begrip hooggevoeligheid biedt een kader waarin een aantal psychologische aspecten zijn opgenomen. Ik zou het eerder een accolade over verschillende etiketten heen willen noemen. Een benaming voor datgene wat je zo ‘anders’ maakt is voor zowel het kind als voor de ouders vaak een hele opluchting. Ouders en kinderen kunnen het gedrag beter plaatsen en ook constructief werken om er zelf beter mee te leren omgaan. Zeker nu deze huidige maatschappij allesbehalve een ideaal klimaat biedt om met hooggevoeligheid te leven.”

We moeten kinderen voorbereiden op het leven in de maatschappij. En dat is soms hard. Bewijzen we hooggevoelige kinderen wel een dienst door ze te ‘pamperen’? 

Ilse Van den Daele: “Het is al langer bekend dat hooggevoelige personen vlugger vatbaar zijn voor stressgerelateerde aandoeningen. Dat komt omdat zij zich steeds verder proberen aan te passen aan wat anderen van hen verwachten. Meer en meer zien we kinderen of jongvolwassenen die zwaar depressief zijn, CVS, fibromyalgie of burn-out ontwikkelen. Ook anorexia, boulemie en verslavingen kunnen het gevolg zijn van hooggevoeligheid die genegeerd wordt door het kind en zijn omgeving.”

Komt elk hooggevoelig kind in de problemen?

Ilse Van den Daele: “Natuurlijk niet. Maar het steeds groeiende aantal mensen met stressgerelateerde aandoeningen toont ook aan dat we niet zo goed bezig zijn in onze maatschappij. Hooggevoelige kinderen moeten de kans krijgen zich thuis ‘veilig’ te voelen. Dan is het belangrijk dat zich aanvaard voelen mét hun gevoelige kant. Het kind proberen forceren of zelfs kleineren door het te bestempelen als ‘mietje’ of ‘bangerik’ is écht geen goede aanpak. Hooggevoelige kinderen hebben het nodig zich te kunnen ontwikkelen op hun eigen manier en tempo. Zowel thuis, op school en in de maatschappij. Zij hebben het nodig dat zij in hun waarde worden gelaten, dat zij horen dat ze oké zijn zoals ze zijn, en niet steeds moeten knokken en zich aanpassen aan wat anderen van hen verwachten. Dat is niet altijd gemakkelijk om te laten gebeuren als ouder, maar het is wel cruciaal voor een evenwichtige ontwikkeling van het kind.”

Bron: Klasse

Hooggevoeligheid en succes in werk


Hooggevoelige mensen moeten zich een plaats zien te verwerven in werk (en de rest van de maatschappij) die recht doet aan hun gevoeligheid. Dat is vaak een zoektocht. Het komt neer op onderzoeken hoe en waar positieve eigenschappen tot hun recht kunnen komen. Inzicht in leerstijl, werkstijl en persoonlijkheidstype kan hierbij helpen. Dit inzicht kan ook managers, teamleiders en andere bazen helpen hooggevoelige mensen een juiste plek binnen een organisatie te geven.

 

Leerstijl

De psycholoog Kolb onderscheidt vier typen leerstijlen:
  1. De bezinner kijkt hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij ziet veel oplossingen, omdat hij een probleem vanuit veel standpunten kan bekijken. Daardoor neemt hij beslissingen soms traag.
  2. De denker is goed in logisch denken en redeneren. Hij probeert algemene regels te ontdekken en leert het liefst uit boeken. Het is belangrijker dat ideeën logisch zijn, dan dat ze praktisch uitvoerbaar zijn.
  3. De beslisser plant een taak en voert die uit. Hij is niet zo geïnteresseerd in theorieën. Hij doet het goed in conventionele intelligentietesten. Hij houdt zich liever bezig met technische problemen dan met mensen.
  4. De doener houdt van experimenteren en lost problemen op door iets uit te proberen. Hij past zich goed aan nieuwe situaties aan.
Hooggevoelige mensen zullen vaak de leerstijl van de bezinner hanteren.

 

Werkstijl

Analoog aan de leerstijlen van Kolb, zijn er ook vier werkstijlen die mensen hanteren:
  1. Dromers zijn goed in het verzinnen van alternatieven.
  2. Denkers kunnen bepaalde keuzes heel goed logisch verantwoorden.
  3. Beslissers weten vaak snel of iets in de praktijk werkt of niet.
  4. Doeners proberen alles meteen uit. Ze voeren liefst de ideeën van anderen uit.
Hooggevoelige mensen voelen zich vaak thuis in de werkstijl van dromers en denkers. Een teamleider die een team moet samenstellen kan dromers bijvoorbeeld goed gebruiken als er behoefte is aan originaliteit in het team. Denkers zijn nuttig als oplossingen tot in de puntjes moeten worden doorgedacht en de kwaliteit hoog in het vaandel staat.
Een andere manier om een team samen te stellen is het teamrollenmodel van Belbin te gebruiken. De stelling van Belbin is dat een team tot de beste resultaten komt als er negen soorten rollen vervuld zijn. 

De rollen van zorgdrager, groepswerker en 'plant' zijn doorgaans rollen die bij hooggevoelige mensen passen. Mensen in deze rollen geven aandacht aan de sfeer binnen een team, zijn consciëntieus en fantasierijk. Een goede voorzitter slaagt erin de kwaliteiten van de mensen in deze rollen uit de verf te laten komen. Daar zijn zij zelf soms minder goed in.

Mythen



Rond hoogbegaafdheid heersen er veel mythen.

Velen gaan er van uit dat hoogbegaafden wonderkinderen zijn. Dat ze alles kunnen, dat ze altijd hoge resultaten halen op school, dat ze nooit problemen hebben enzovoort. 

Vaak denkt men bij hoogbegaafden ook al vlug aan een stereotiepe nerd of Einstein

De realiteit is echter anders: hoogbegaafden zijn een risicogroep. Als men hen niet voldoende begeleidt en stimuleert, kunnen ze hun motivatie verliezen. Met als gevolg dat ze kunnen gaan onderpresteren en allerlei andere negatieve gevolgen ervaren. 

Hoogbegaafden kunnen ook niet alles even goed, niet op alle vlakken zijn ze even snel en ze moeten ook inspanningen leveren om te presteren. De ene hoogbegaafde kan een aanleg hebben voor wiskunde maar ondertussen slecht presteren in taalvakken

Hoogbegaafden blinken vaak enkel uit in hun interessegebieden. 

Soms wordt er ook van uitgegaan dat hoogbegaafden veel dezelfde persoonlijkheidskenmerken hebben (dat ze op dezelfde manier leren of zich hetzelfde gedragen). Maar in de praktijk zijn hoogbegaafden onderling meer verschillend dan gelijk.

Bron: wikipedia

zondag 4 september 2011

Verantwoordelijkheid nemen




‘Wil je de wereld veranderen, begin dan bij jezelf.’ Gandhi

Tijdens de HSP-ontmoetingsdagen die ik op Mallorca organiseer leer ik de deelnemers handvatten ter vergroting van de persoonlijke autonomie. Voor een HSP’er betekent persoonlijke autonomie –ook wel persoonlijk leiderschap genoemd- in de eerste plaats dat hij zijn sensibiliteit goed leert kennen en beheersen. Zolang je je (over)gevoeligheid beleeft als een last, als een problem of als een pijnpunt, ben je niet vrij maar is je gevoeligheid je de baas. Pas wanneer je je gevoeligheid een plek hebt kunnen geven en je er blij mee bent omdat je er het positieve van inziet, kun je zeggen dat je op weg bent naar je persoonlijk leiderschap.
Laten we wel zijn, de weg naar innerlijke vrijheid is geen snelle of gemakkelijke weg. Het is een lang en kronkelend pad met talloze hindernissen. Het is een weg waarop je jezelf voortdurend tegenkomt, je jezelf voortdurend moet observeren, je jezelf bij moet sturen en waarop de bereidheid om te leren de niet-aflatende grondtoon vormt. Het is een weg waarop nieuwe spieren (gewoontes) geoefend moeten worden, waarop naar nieuwe perspectieven moet worden gezocht, waarop je je nieuwe ideeën eigenmaakt.

Een van de belangrijkste dingen die je al vrij snel onder de knie moet zien te krijgen, is het nemen van verantwoordelijkheid; verantwoordelijkheid nemen voor je gedachten en je gevoelens, en vooral voor je daden.

We zijn ons slechts zelden bewust van wat we denken (kun je je nog herinneren waar je vijf minuten geleden aan dacht?), we zijn ons ook regelmatig niet bewust van wat we precies voelen (kunnen we elke emotie die in ons woont benoemen?) en wie neemt er nu nog echt de tijd om zijn daden als in slow motion, mediterend, aan zich voorbij te laten trekken? Vaak praten we om te praten en niet om iets te zeggen, en doorgaans hebben we dan ook geen idee van de uitwerking van onze uitspraken op anderen. We doen of zeggen iets omdat het ons zo uitkomt (of omdat het ons iets oplevert), en we staan lang niet altijd stil bij wat dit in ruimere zin voor gevolgen kan hebben.

Alles, maar dan ook álles staat met elkaar in verbinding. Dat betekent dat alles wat ik doe niet alleen gevolgen heeft, maar dat het ook ergens een gevolg van is. Datzelfde kun je zeggen van dingen die je eigenlijk zou moeten doen, maar nalaat. Dit is een uiterst complex onderwerp waar je misschien wel eens wat dieper over na zou willen denken. Je zou dan bijvoorbeeld kunnen beginnen met te denken aan de opvoeding van een kind, van jóuw hooggevoelige kind of van je eigen opvoeding als HSP’er.

Let wel, ik zeg ‘denken over’, en dat betekent niet anderen ergens de schuld van geven of je slachtoffer voelen. Dat is immers zo’n akelig menselijk trekje, die gewoonte om elke verantwoordelijkheid op anderen af wentelen (‘Als hij of zij dat toen niet had gedaan, zou ik nu niet zo in de nesten zitten/ zonder werk zitten/ in deze rotbuurt hoeven wonen …’) en je slachtoffer te voelen. Gelukkig bestaat er de mogelijkheid om deze opeenvolgingen van gebeurtenissen vanuit de objectiviteit te observeren, dus zonder in de valkuil van schuldige en slachtoffer te vallen, en daarbij verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen rol in bepaalde gebeurtenissen.

Stel dat je met iemand een conflict hebt, kijk dan eens in hoeverre je verantwoordelijk bent voor het ontstaan ervan. Wat heb je gedaan? Wat heb je gezegd? Probeer dat echter te doen zonder onmiddellijk het boetekleed aan te trekken, zonder de ander als schuldige aan te wijzen, en vooral ook zonder de schuld op je te nemen van iets wat de ánder beter niet had kunnen doen; dit omdat je je dan verantwoordelijk zou gaan voelen voor datgene waar de ander verantwoordelijkheid voor zou moeten nemen. We zijn mensen en vergissingen begaan is iets wat daarbij hoort, iets waar we van kunnen leren en vervolgens als mens van kunnen groeien.

Hoe eerder je je van schuldgevoel kunt ontdoen, hoe beter. En hoe eerder je ophoudt met de ander ergens de schuld van te geven, des te eerder je uit de rol van slachtoffer kunt stappen. Wie zich slachtoffer voelt berooft zich van zijn eigen kracht en schenkt die aan een ander.

Zo lang je geen verantwoordelijkheid neemt blijft je eigenlijk weinig anders over dan de ander de schuld geven. En ja, de slachtoffersrol kan prettig en vertrouwd voelen, en je kunt er zelfs een (vals) machtsgevoel aan ontlenen. Die gevoelens wegen echter bij lange na niet op tegen de enorme emotionele winst die te behalen valt met het nemen van verantwoordelijkheid voor jouw aandeel in het conflict, voor datgene wat je er (al dan niet bewust) aan hebt bijgedragen.

Schuldgevoelens en een slachtoffersrol gaan niet samen met emotionele onafhankelijkheid. Met het uitsteken van beschuldigende vingertjes vergiftig je jezelf én de ander die je jouw problematische toestand verwijt. Je maakt jezelf en de ander onvrij. Verantwoordelijkheid nemen daarentegen, vormt de basis van (hernieuwd) vertrouwen en het begin van de oplossing van het conflict. Het is de enige manier om je van gezonde, niet afhankelijke –dus uit vrijheid aangegane- relaties te verzekeren.

donderdag 1 september 2011

over de hoogbegaafde en hoogsensitieve leerling

Gepubliceerd: september 1st, 2011
 
onderwijs 

Een hoogbegaafd kind in de klas weten veel leerkrachten die Talent (een tijdschrift over over hoogbegaafde kinderen.) lezen inmiddels wel te herkennen. Maar wat als zo’n leerling vervolgens ook nog eens hoogsensitief is? ‘Als leerkracht moet je een veilige omgeving bieden.’
door Henk-Jan van der Veen

Veel hoogbegaafden zijn goed in wiskunde, natuurkunde, complexe denkopgaven of schaken. Ze maken zich razendsnel kennis eigen en leveren uitmuntende prestaties. Een dergelijk profiel past echter niet bij alle hoogbegaafde kinderen. Een aantal van hen is zeer gevoelig. Hóóggevoelig. Hun kwaliteiten liggen met name op het sociale en creatieve vlak. Omdat zij liever niet opvallen, herkennen we hen zelden aan uitmuntende cognitieve prestaties. De kans is groot dat zij onderpresteren.

Psychologe Elaine N. Aron begon haar onderzoek naar de karaktereigenschap die zij later highly sensitive zou noemen bij (hoog)begaafde kinderen (‘gifted children’).1 Zij merkte op dat veel van deze kinderen hun talenten niet wisten te benutten vanwege hun gevoeligheid. Vaak was er sprake van faalangst, somberheid of een laag zelfbeeld. Aron zag echter de basiskwaliteiten van hun gevoelige en emotionele aard en wilde die benadrukken.2 Dat deed ze onder meer in haar boek ‘Het hoogsensitieve kind’, waarin ze overigens, zoals ze zelf aangeeft, over het hoofd heeft gezien om de (hoog)begaafdheid van deze kinderen te benoemen: ‘… I had overlooked the giftedness of HSCs when I was writing about them…’3


onderwijs


Hooggevoelige hoogbegaafde kinderen zijn ontvankelijk voor sfeer en merken in de klas van alles op, met name in sociale interacties. Ze registreren nauwkeurig dat de leerkracht z’n dag niet heeft en hoe de kinderen in de klas daarop reageren, ze weten je precies te vertellen hoe kinderen op het schoolplein met elkaar omgaan en wie bijvoorbeeld buiten de groep valt of problemen heeft. Een hooggevoelig hoogbegaafd kind verwoordde dat als volgt: ‘Volgens mij heb ik een heel goed werkende onzichtbare antenne, die heel veel dingen weet, ziet en voelt.’
Zoals een cognitief hoogbegaafd kind voortdurend feiten ter discussie stelt met zijn vele ‘waarom’-vragen, zo zet een hooggevoelig hoogbegaafd kind steeds vraagtekens bij (innerlijke) zekerheden. Hoewel het diep van binnen weet dat het bijvoorbeeld leuk is om op schoolkamp te gaan, denkt het kind diep na over de sociale en emotionele kanten ervan en gaat vragen stellen: Wat als ik daar gepest wordt? Ga ik papa en mama niet heel erg missen? Stel dat het bed niet fijn ligt? Als ik moe wordt van het fietsen en achter raak, wachten ze dan wel op mij? Het kind reflecteert diep op de situatie, waardoor er behoedzaamheid ontstaat, maar veel vaker nog: angst. Het kind werpt door zijn of haar diepe denkproces zoveel (eventuele) barrières op, dat het angstig wordt voor nieuwe situaties en veranderingen. En zoals de ‘waarom’-vragen van een cognitief hoogbegaafd kind niet te stoppen zijn met dooddoeners als ‘Zo is het nou eenmaal!’, zo is een hooggevoelig hoogbegaafd kind niet te helpen met een goedbedoelde geruststelling als ‘Het valt heus wel mee!’.

examen
Filosoferen bezorgt kinderen een hoger IQ. Foto: ANP, Robin Utrecht

Aandachtig luisteren
René van Blaricum, ambulant begeleider hoogbegaafdheid in Den Bosch en vele jaren actief als leerkracht van de verrijkingsklas aldaar, herkent het beeld van de hooggevoelige hoogbegaafde leerling. ‘Het zijn kinderen met een verfijnde antenne, bij wie gevoelens en emoties een belangrijke rol . Tijdens de lessen in de verrijkingsklas merkte ik dat deze kinderen een rijke innerlijke belevingswereld hebben en dat zij in staat zijn om gevoelens van zichzelf en anderen goed onder woorden te brengen.’ Van Blaricum deed deze ervaringen op tijdens de vele Sociale Vaardigheids- (SoVa-)trainingen en filosofielessen die hij met hoogbegaafde kinderen deed. ‘In de verrijkingsklas kreeg ik veel begaafde kinderen die op waren vastgelopen. Gevoelige kinderen, met een laag zelfbeeld en vaak geblokkeerd geraakt in het leren. In de klas waren ze erg stil en teruggetrokken. Om deze kinderen beter te laten functioneren gebruikte ik onder meer thematische verhalen, bijvoorbeeld over pesten, scheiding of – onderwerpen die dicht bij hun belevingswereld liggen. Er ontstonden diepgaande, emotionele gesprekken over pijnlijke gebeurtenissen en hun eigen gevoelens daarover. Dan moet je als leerkracht aandachtig luisteren en een veilige omgeving bieden, waarin die gevoelens er mogen zijn.’
Hooggevoelige hoogbegaafde kinderen hebben een levendige verbeelding en vaak een visuele manier van informatieverwerking. Ze zoeken graag uitdaging in het creatief toepassen van kennis en vaardigheden, met een sterke voorkeur voor een sociale context. Filosoferen spreekt hen erg aan, zeker als zij uitvoerig kunnen nadenken over mensen en hun gedrag, over natuur en biologie of over sociale vraagstukken. Ook hebben zij lesstof nodig die ‘leeft’. Hooggevoelige hoogbegaafde kinderen zijn snel uitgekeken op een volgordelijke, methodische aanpak, zoals bijvoorbeeld het leren van een taal via een lesboek met geluidsbandjes. Liever willen zij geïnspireerd worden door een native speaker en zich samen met andere kinderen via rollenspel een taal eigen maken.

Hooggevoelige hoogbegaafde kinderen vallen liever niet op in de klas. Plotseling een beurt krijgen, in het middelpunt van de belangstelling staan, of een moeilijke opdracht krijgen zonder gerichte uitleg, voelt al snel overweldigend. De omgeving wordt dan onveilig en de kans is groot dat het kind dichtklapt, faalangstig wordt en op den duur gaat onderpresteren. Ook kan dit bij het kind teruggetrokken of juist druk gedrag, huilbuien en woedeaanvallen veroorzaken, waarmee het kind zijn gevoeligheid toont. De houding van de leerkracht en de klasgenoten is bepalend voor de geborgenheid die het kind ervaart in de klas. Bij een leerkracht die plotseling boos uitvalt, ongeduldig is en controlerend, of bij kinderen die gekke en kwetsende opmerkingen maken, zal een hoogsensitief kind zich zeer onveilig voelen.

Hoe kunnen leerkrachten rekening houden met hooggevoelige hoogbegaafde leerlingen? Belangrijk is om de gevoeligheid van een kind serieus te nemen. Hoogsensitiviteit is geen emotionele zwakte of een vorm van extreme verlegenheid. Het is een karaktereigenschap waarmee kinderen de kwaliteit in zich dragen om de omgeving scherpzinnig waar te nemen en diep over dingen na te denken. Deze kinderen voelen zich het meest op hun gemak bij volwassenen die rustig en oprecht met hen omgaan. Dan durven ze zichzelf te zijn en blijken het spontane en communicatieve kinderen, die veel te vertellen hebben.

Hooggevoeligheid bij hoogbegaafde kinderen is herkenbaar op de volgende vier gebieden4:
- lichamelijk: het fysieke lichaam, inclusief de zintuigen
- emotioneel: gevoelens, omgang met anderen
- mentaal: denken, leren, informatieverwerking
- spiritueel: besef van een zingevende context, binding met de natuur, planten en dieren

Veel voorkomende kenmerken5:
- inlevingsvermogen, zich goed kunnen verplaatsen in de gevoelens van anderen
- veel zien, kleine veranderingen waarnemen
- ‘langs de kant’ staan om te observeren
- scherp horen, bijvoorbeeld geluiden snel ‘hard’ noemen
- geïrriteerd zijn door kleine ongemakken, zoals een natte mouw of labeltjes in kleding
- intens reageren op lichamelijke pijn
- subtiele geur- en smaakverschillen onderscheiden
- gevoelige ogen, bijvoorbeeld licht snel ‘fel’ noemen
- behoefte hebben aan een rustige omgeving met niet te veel mensen
- moeite hebben met veranderende omstandigheden
- de kwetsbaarheid van anderen zien en begrijpen
- tijd nodig hebben om aan een nieuwe situatie of omgeving te wennen
- niet van verrassingen houden
- op jonge leeftijd al in staat zijn tot zelfreflectie

Noten
1 en 3. Aron, E.N., Growing up gifted is not easy, in: Comfort Zone Online (februari 2006) www.hsperson.com
2. Aron, E.N., Is sensivity the same as being gifted?, in: Comfort Zone Online (november 2004) www.hsperson.com
4. Veen, G. van der, Hoogsensitieve kinderen in het basisonderwijs, LiHSK (2006) www.lihsk.nl
5. Veen, G. van der, Beeldenrijk : kinderen die zowel hoogsensitief als (hoog)begaafd zijn, LiHSK (2007) www.lihsk.nl
Over de auteur: Henk-Jan van der Veen is schoolcounselor en medeoprichter van het Landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve Kinderen (LiHSK). In 2008 stond hij aan de basis van de verrijkingsklas Steenwijk.