maandag 11 april 2011

Hebben die pubers dan geen hersenen?


 
Vanochtend hadden we een hele toffe vergadering met het Mannaz kernteam en een nieuwe coach die 'solliciteerde'.  Het werd een heel aangename brainstormsessie met eenverrassend einde :-)


Dus ... een post over 'pubers' (en dan nog niet eens over hooggevoelige)


Artikel met dank aan 'Klasse'.


Je puber schiet alleen in gang als hij er geld voor krijgt? Hij gedraagt zich sloom en lui. Je ergert je rot aan dat pubergedrag? Vervloek niet langer zijn hormonen. “De hersenen zijn de hoofdschuldige”, schrijven Huub Nelis en Yvonne van Sark in ‘Puberbrein binnenstebuiten’. “Hersenen ontwikkelen zich tot een jongere 25 is.” Dat verklaart twaalf ergernissen over pubers.


Ergernis 1: Pubers kunnen niet plannen!
“De verschillende hersengebieden ontwikkelen zich niet tegelijk en in hetzelfde tempo. Pubers hebben daardoor moeite met vaardigheden waarvoor ze verschillende hersengebieden nodig hebben: zoals plannen, vooruitkijken, ordenen…”

Ergernis 2: Je bent zo’n grote meid, waarom reageer je dan zo kinderachtig?

“De ontwikkeling van de hersenen gebeurt trager dan de lichamelijke en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een jongere kan dus een volwassen lichaam hebben maar toch nog ‘kinderachtig’ denken.”


Ergernis 3: Ze zien reclame voor een iPod op tv en de volgende dag hebben ze hem al gekocht.
“Hun hersenen en dan vooral de prefrontale kwab zijn nog niet volgroeid. En net die prefrontale kwab zorgt ervoor dat pubers zich kunnen beheersen. Door het gebrek aan zelfbeheersing zijn ze heel impulsief. Eerst doen, dan denken.”


Ergernis 4: Hij weet soms met zijn lijf geen blijf!
“De groeispurt duurt ongeveer vier jaar. In die tijd groeien pubers zo snel (jongens tot wel negen centimeter per jaar) dat hun hersenen het niet altijd kunnen bijhouden. Hun lengte verandert, maar ook hun zwaartepunt en evenwicht verschuiven. Gevolg: ze komen onhandig over en lijken werkelijk overal tegen aan te botsen.”


Ergernis 5: Je hebt toch hersenen gekregen? Gebruik ze dan!
“De hersenomvang van een kind van zes jaar is al 95 procent van die van een volwassen brein. Maar omvang zegt niets over het functioneren. Net zoals een kind soepel moet leren bewegen, moet een jongere soepel leren denken. Pas rond zijn 25ste zijn de hersenen van een jongere ‘klaar’.”


Ergernis 6: Waarom blijven ze toch aanmodderen met dat groepswerk voor aardrijkskunde?
“Pubers nemen traag informatie op en kunnen nog niet goed probleemoplossend denken. Dat komt omdat in het begin van de pubertijd nog niet alle verbindingen tussen de hersencellen zijn gelegd. Ze hebben al wel voldoende hersencellen (de grijze stof), maar de myeline (de witte stof) die bepaalt hoe snel signalen van cel naar cel worden gestuurd, moet nog sterk toenemen.”


Ergernis 7: Je wil later in een labo werken. Waarom span je je dan niet meer in voor chemie?
“De prefrontale kwab van de hersenen regelt de samenwerking tussen verschillende hersengebieden en wordt daarom soms ‘de topmanager van het brein’ genoemd. Maar het is net een van de hersenonderdelen die het langst ‘under construction’ zijn. Daardoor hebben pubers last met abstract denken en het maken van weloverwogen keuzes.”

Ergernis 8: Als ik je tien euro beloof, dan kan je wél voor een toets leren.

“Pubers zijn erg gevoelig voor beloning, maar lijken immuun voor een dreigende straf. De hersengebieden die hun emoties regelen zijn sneller gevormd dan de gebieden die pubers doen nadenken. De prefrontale kwab zou die gebieden in evenwicht moeten brengen (eerst nadenken dan doen!) maar die kwab ontwikkelt zich pas laat.”


Ergernis 9: Merk je dan niet dat je zus verdrietig is, laat haar met rust!
“Tieners hebben last met het beoordelen van de gezichtsuitdrukking van anderen. Daarvoor is opnieuw de traag ontwikkelende frontaalkwab verantwoordelijk. Volgens onderzoekers van de universiteit van Londen neemt het vermogen om sociale signalen en emoties (vooral woede en verdriet) te herkennen bij jongens en meisjes tussen 12 en 14 jaar tijdelijk af.”


Ergernis 10: Hij lijkt enkel maar uit op kicks met zijn snowboard.
“De hormonen gieren door hun lijf en zorgen voor sterke stemmingswisselingen. De behoefte aan kicks is groot. Een beloning in het hier en nu (lekker doorfeesten, ook al had je al thuis moeten zijn) is veel aantrekkelijker dan een beloning straks (geen ruzie met je ouders).”

Ergernis 11: De meisjes in zijn klas zijn al volwassen, hij en zijn vrienden zijn nog echte pubers.

“De hersenen van meisjes rijpen twee tot vier jaar eerder dan die van jongens, dat verklaart misschien ook waarom zoveel jongens falen op de secundaire school en de universiteit.”

Ergernis 12: Hij geraakt nooit uit zijn bed en zit volgens zijn leraar elke ochtend suf in zijn bank.

“Negen op de tien pubers hebben last van een verschuivend bioritme. Rond het vijftiende levensjaar wordt de interne klok van een jongere ongeveer anderhalf uur achteruitgezet. De melatonine in hun hersenen (de stof die slaap oproept) gaat pas later werken. Pubers zijn ’s avonds niet in bed te krijgen, ’s ochtends krijg je ze er niet uit. Een proefwerk om acht uur ’s ochtends is voor pubers dus geen goed idee.”


TOCH HEEFT PUBERGEDRAG OOK ZIN

  1. Pubergedrag heeft biologisch gezien zin: ze worden klaargemaakt voor de voortplanting. Het afzetten tegen de ouders, het gezin en de eigen omgeving voorkomt dat de voortplanting in de eigen kring zal plaatsvinden.
  2. De balans tussen emotie en rationeel denken is zoek bij pubers. Dat zorgt er voor dat jongeren op zoek gaan naar nieuwe dingen, naar onafhankelijkheid, naar hun eigen rol binnen een groep. Neurobioloog Dick Swaab zegt het zo: “De puber moet het veilige eigen nest uit en in een nieuwe omgeving zijn eigen onafhankelijke leven beginnen. Als hij zorgvuldig alle risico’s af zou wegen, zou hij dat nooit doen.”
  3. De tijd tussen het vijftiende en het vijfentwintigste levensjaar is het moment om uit te blinken in muziek, sport of wetenschap. Voor die taken extra is een flexibel brein een voordeel.
  4. Bij de mens duurt het jaren tot we geslachtsrijp en volwassen zijn. Dat geeft de hersenen alle tijd om de intelligentie te bereiken die ons onderscheidt van de apen.
Lees meer in:
Puberbrein binnenstebuiten – wat beweegt jongeren van 10 tot 25 jaar? – Huub Nelis en Yvonnen van Sark, Kosmos uitgevers.

 

dinsdag 5 april 2011

Tussen Autisme en Hooggevoeligheid

Het is met schaamrood op mijn wangen dat ik deze post vandaag op mijn blog pagina plaats.

Omdat ik voorbereidend werk aan het doen ben voor de workshop/lezing met dr Roy Martina die we organiseren op 23 mei in Gent, was ik vanochtend oude blog postings aan het doornemen.  En tot mijn grote verbazing zag ik dat mensen op sommige posts hebben gereageerd!  

Wow dacht ik, dit is tof!  Tot ik besefte wanneer de reactie geplaatst was (voorjaar 2010) en ik me opeens dood geneerde...

Wie zei ook alweer: beter laat dan nooit ...

Aan de dame die vroeg of er een link bestond tussen hsp en autisme, deze blog post is voor jou!   

 

Bron: De Gooi- en Eemlander, 23 mei 2008, Koen van Eijk

Hans Lemmens: “Nooit werden kinderen aan zoveel prikkels blootgesteld.”
'Nieuwetijdskinderen' worden ze genoemd. Kinderen met nieuwe aandoeningen zoals ADHD, PDD-NOS, hooggevoeligheid (HSP) en hoogbegaafdheid. Een gevolg van de moderne tijd 'die steeds autistischer' wordt, schrijft psychologisch medewerker Hans Lemmens in zijn boek 'Het elastiek tussen lichaam en ziel'.
Na jarenlang gewerkt te hebben bij een antroposofische GGZ-instelling in Alkmaar, weet Hans Lemmens (61) het zeker: autisme staat niet op zich. Er bestaat een duidelijke link met hooggevoeligheid. ,,De wetenschap bakent autisme af. Dat beeld wil ik met mijn boek bijstellen.
Hans Lemmens over autisme en HSP
Foto JJ Foto Dick Breddels
Tussen hooggevoeligheid, PDD-NOS en kern-autisme is sprake van een glijdende schaal. Ze hebben allemaal met een versterkte gevoeligheid te maken. Tussen hooggevoeligheid en PDD-NOS zie ik een grijs gebied, waarin het onduidelijk is of je met het een of het ander te maken hebt. Ik beschrijf autisme als een extreme vorm van hooggevoeligheid, zonder te bedoelen dat hooggevoelige kinderen autistisch zijn.''
Lemmens gaat uit van een ziel die het lichaam bewoont. Bij ieder mens is er een verbinding tussen lichaam en ziel, die losser kan zijn of vaster. Als de ziel los met het lichaam verbonden is, is het elastiek als het ware een beetje uitgerekt. Zowel bij hooggevoelige kinderen als bij autistische kinderen is dat elastiek uitgerekt, maar bij de laatsten veel sterker dan bij de eersten. ,,Hoe losser de ziel met het lichaam verbonden is en hoe verder het elastiek dus is uitgerekt, des te gevoeliger is iemand.''
Autisten maken moeilijk contact. Lemmens: ,,Ze zitten in zichzelf opgesloten. Contact maken doen ze heel erg op hun eigen manier. Ze zijn sterk eigenzinnig en hebben behoefte aan houvast en controle.''
Ze moeten bijvoorbeeld ver van tevoren weten wat er gaat gebeuren. Deze groep staat kwetsbaar in de samenleving. Wat voor hen in extreme mate geldt, gaat in mindere mate ook op voor hooggevoeligen. Deze groep filtert de gebeurtenissen niet, maar neemt alles in zich op. Ze zien en horen alles. Hebben ook veel houvast en structuur nodig. Zijn vaak sociaal minder handig en angstig. Niet zelden gaat hooggevoeligheid samen met hoogbegaafdheid, al is een directe link niet te leggen.”

 
Moderne tijd zorgt voor nieuwe aandoeningen
Hooggevoeligheid komt veel voor. Lemmens spreekt van een tijdsverschijnsel. Dat is wat hem betreft zeker iets anders dan een ‘modeverschijnsel’, zoals wel smalend wordt opgemerkt. “Vroeger was de wereld overzichtelijk. Er was houvast, regelmaat, het leven was een traag bestaan. Nu is dat anders. Nog nooit werden kinderen aan zoveel prikkels blootgesteld als tegenwoordig. Hooggevoelige kinderen pikken alles op. Ik ben er van overtuigd dat hooggevoeligheid wel degelijk te maken heeft met deze tijd.”

Hij geeft de computer als voorbeeld van het huidige tijdsgewricht, waarin ‘nieuwetijdskinderen’ opgroeien. In ‘Het elastiek tussen lichaam en ziel’ schrijft de Alkmaarse therapeut: ‘De tijd waarin we leven is steeds autistischer geworden. Kijk maar eens naar de manier waarop mensen hun dagelijks werk doen. Een overgroot percentage zit daarbij achter de computer en als er één apparaat is dat de mens tot autistisch gedrag programmeert, dan is het de computer wel. De computer stimuleert een denken dat rechtlijnig is en abstract en waar het contact geen invloed op heeft.’


Kunnen kinderen over hun autistische eigenschappen heen groeien? “Echte kernautisten zullen nooit genezen. Voor hooggevoeligen geldt dat ze er vooral in het begin van hun leven last van hebben. Ze leren om te gaan met hun angst, ze leren hun weg te vinden in de maatschappij. En dan kan het gebeuren dat hun hooggevoeligheid een kwaliteit wordt. Vaak denken ze in beelden en hebben ze een buitengewone sensitiviteit voor contact tussen mensen ontwikkeld.”

Veel briljante geesten en kunstenaars kunnen (postuum) gerekend worden tot de hooggevoeligen. Voor zijn boek heeft Lemmens de biografieën bestudeerd van Bob Dylan en Albert Einstein. Onafhankelijke genieen, met hooggevoelige en autistische trekken. “Dylan bijvoorbeeld is iemand die zich niet bindt. Hij heeft de ene vrouw na de andere, is altijd on the road. Hij is een zwerver, vindt geen plek en is constant in gevecht met zijn publiek. Einstein had een heel eigen manier van leren. Op school was hij geen hoogvlieger, hij heeft zijn eigen lijn gevolgd. Praten over zichzelf kon hij niet. Hij was nuchter en sceptisch. Allen in zijn vioolspel kon hij zijn gevoelens kwijt.”


Lemmens’ boek bevat autobiografische elementen, zonder dat het een egodocument is geworden. De jonge Hans Lemmens sjeesde in de jaren zestig als student sociologie en koos voor een opleiding als mimespeler. Toen hij ook met mime stopte, volgde een acht jaar durend kluizenaarsbestaan in Amsterdam waar Lemmens vergeefse pogingen deed boeken te schrijven. Pas op zijn 42e belandde hij in de jeugdzorg, waar hij zich eindelijk op zijn plaats voelde. Eindelijk pasten ziel en lichaam bij elkaar. “Ik herken mezelf wel in mijn hooggevoelige clienten. Maar ik wil mezelf geen sticker opplakken. Het is niet als zelftherapie geschreven, maar voor iedereen die met hooggevoeligheid te maken heeft.”
Het elastiek tussen lichaam en ziel, ISBN 9789055992379, Andromeda, €17,90.
Klik op de link om het boek te bestellen

maandag 4 april 2011

The Strong, Sensitive Boy by Ted Zeff - Book Review




Ik weet dat ik al eerder iets geschreven heb over dr Tedd Zeff en zijn boek: Overlevingsgids voor Hoog Sensitieve Personen en zijn Werkboek voor Hoog Sensitieve personen

Dr. Ted Zeff heeft een counseling praktijk in de buurt van San Francisco en jarenlange ervaring in het begeleiden van HSP’s. Zijn nieuwste boek is inmiddels ook in het Nederlands vertaald en zal de titel krijgen “De sterke, gevoelige Jongen”. Deze vertaling zal naar verwachting in de zomer uitkomen. 

Ondertussen is het boek uiteraard verkrijgbaar in het Engels.

Ted Zeff is een van de weinigen ter wereld die zich gaan toeleggen is op het werken met HSP mannen en jongens.  Dit boek is een absolute MUST voor alle ouders en iedereen die met hooggevoelige jongens omgaat!

From the Publisher:
This book is also important for sensitive men to read to help them heal their childhood wounds, learn how to navigate through our aggressive, overstimulating world, and accept themselves as sensitive men. This book is helpful for sensitive women since how society treats sensitive men deeply affects highly sensitive women—and all women close to sensitive males.

T
I've seen all too frequently how the less aggressive boys get teased in my classroom and on the playground ending up lowering their self-esteem and confidence. Also, I witnessed how my sensitive teenage nephew was traumatized by the bullying he experienced a few years ago in middle school. The book covers the topic of bullying, which has been devastating for so many children, and how to successfully address this horrific problem for students, parents and teachers.

Dr. Zeff's chapter on the the sensitive boy in school has helped me a create classroom environment that works for all my children, not just the assertive ones. I also found the chapter on raising the sensitive boy's self-esteem full of wonderful suggestions that I'm incorporating into my daily teaching techniques.

The book is well written with many interesting stories and has been well researched. "The Strong, Sensitive Boy" is not only an indispensable resource for parents and relatives of sensitive boys, but for any professional working with children since 20% of all children have the trait of high sensitivity.