maandag 22 augustus 2011

Solo slim: hoogbegaafd op het werk

Solo slim: hoogbegaafd op het werk (1) humohoogbegaafd

 
















Door (bv), 15/08/2011 - 10u10

'Natúúrlijk is het moeilijk. Hoe zouden gewone mensen het vinden om in een kantoor te zitten met allemaal mongooltjes?'

Wie een IQ heeft van 130 of meer, mag zich hoogbegaafd noemen. Dat is niet extreem uitzonderlijk: twee procent van de bevolking hoort bij de club. Het kan prettig zijn om slimmer te zijn dan de rest van je straat, maar het is ook moeilijk.
Een handicap, soms. Een bron van lijden. En een taboe. Zélfs in de kenniseconomie: zonder hoogbegaafden geen innovatie, dé sleutel van onze economische toekomst, maar dan moeten ze wel herkend, erkend en gewaardeerd worden. En dat worden ze niet: naar schatting een derde van alle hoogbegaafden zou niet op een passende werkplek zitten.

Laura: 'Mijn baas mag het niet weten'

Voor Laura (30) is de arbeidsmarkt een mijnenveld. Haar baas en collega's weten niet dat ze hoogbegaafd is, dus ze wil enkel onder een schuilnaam getuigen.

Laura «Als kind zag je niet echt aan mij dat ik hoogbegaafd was. Er was sprake van dat ik het derde kleuterklasje zou overslaan - ik kon al wat lezen en schrijven - maar mijn moeder vond dat niet zo'n geweldig idee, en ik wilde zelf ook gewoon bij mijn vriendjes blijven.

 »Op de lagere school haalde ik altijd meer dan 80 procent, en daar hoefde ik niks voor te doen. Ik herinner me dat ik vaak met m'n vinger in de lucht zat en vragen stelde die anderen niet stelden, maar zo zit er altijd wel eentje in de klas, hè. En ook: veel hoogbegaafden zijn snel, ik was vrij langzaam. Omdat ik toch wel perfectionistisch was.»

HUMO Waren er geen andere dingen waaruit je intelligentie bleek?
Laura «Ik schreef nogal veel, mijn opstellen waren vaak dubbel zo lang als die van de rest. Ik had ook veel hobby's, althans, ik begon aan veel dingen: zingen, dansen, piano, viool, dictie, toneel... Geïnteresseerd zijn in van alles en nog wat: dat zie je vaak bij hoogbegaafden. Maar na een tijdje boeide dat me niet meer, en dan begon ik weer aan iets anders.»

HUMO Was je een sociaal kind?

Laura «Ik zonderde me wel wat af. Dan zat ik in m'n eentje te fantaseren: ik bedacht fictieve verhaaltjes, of ik schreef liedjesteksten op bestaande of zelfbedachte muziek. Ik probeerde ook mee te praten met de grote mensen. Nu, van een kind van zes wordt dat nog grappig gevonden. Maar doe dat als zestienjarige, en ze vinden je een arrogante trut. Dat is het tragische aan een hoogbegaafd kind: het blijft niet lang een kind.

 »Op het eind van het zesde leerjaar werden we getest met het oog op het middelbaar. Over intelligentie of hoogbegaafdheid werd niets gezegd, maar uit die test bleek dat ik elke richting kon volgen die ik wilde. Het werd Latijn-Griekse.

 »Ik ging naar een kleine katholieke school in Schoten, en dat was een vrij grote aanpassing. Voor het eerst moest ik studeren, terwijl ik dat nooit had geleerd. We kregen zo'n cursus 'leren leren': hoe belachelijk ik dat vond! Deden mensen dat écht, tekst aanstippen met een fluostift?

 »Sociaal ging het ook niet goed. Op het eind van het eerste jaar was er een fuif. Alle meisjes hadden hun best gedaan om zichzelf mooi maken, om indruk te maken op de jongens, maar mij interesseerde dat niet. Ik deed wel alsóf ik daarover kon meepraten, maar dat merkten ze natuurlijk.»

HUMO Waarmee was je als puber dan wel bezig?

Laura (Denkt lang na) «Dat ik het niet goed meer weet. Rond m'n negende was ik gebeten geraakt door 'Star Wars' - het grootste nerd-cliché dat er is, ik weet het. Ben ik jaren mee bezig geweest. Ik bekeek keer op keer de films, verzamelde de figuurtjes, las de strips... Later was ik helemaal into 'The X-Files' en Amerikaanse comics als 'X-Men' en 'Deadpool'. Vrij onintelligent leesvoer, maar die fantasiewerelden boeiden me. En rond mijn vijftiende ontdekte ik het internet. Dágen mee kwijtgespeeld!

 »Ik luisterde ook veel naar muziek, maar daar had je ook weer die kliekjesgeest: als je dít goed vond, moest je dát afschuwelijk vinden. Ik hield juist van heel uiteenlopende dingen - veel hoogbegaafden hebben dat. Dat heb ik nu nog: ik kan naar een metalfestival rijden terwijl ik in de auto meezing met de meest commerciële brol.

 »In het derde of vierde middelbaar liep het fout. Ik weet niet of het een depressie was, maar ik voelde me slap en moe. Mijn punten gingen naar beneden. En doordat ik gewend was om het goed te doen, kreeg ik steeds méér faalangst. Tot haast een schoolfobie toe: niet meer willen gaan, uitstelgedrag... Van m'n veertiende tot mijn negentiende heb ik mezelf ook geknepen, gekrabd, sporadisch gesneden. Uiteindelijk bereikte ik een punt dat ik niet meer wist of ik wilde leven. Ik zat vast en wilde eruit maar ik wist niet hoe.»

HUMO Heb je ooit een echte zelfmoordpoging ondernomen?

Laura «Wat heet zelfmoordpoging... Ik heb eens aspirines en dieetpillen ingenomen: ik moest er alleen maar van kotsen (lacht).

 »In dat vierde jaar had ik een toffe leraar Grieks en Latijn. Die vroeg op een dag out of the blue of ik al eens was getest op hoogbegaafdheid. Huh? Op dat moment voelde ik mij net heel dom: ik kon niet goed volgen op school, had een hoop problemen... Er zat wel een hoogbegaafde jongen in mijn klas, maar dat was zo'n typisch geval: tijdens een overhoring begon die al eens een boek te lezen, omdat hij sneller klaar was.

 »Voor mij was het toen eigenlijk al te laat: ik was aan 't ontsporen. Kort daarna ben ik van school en van richting veranderd. Van Latijn-Grieks naar Menswetenschappen-Talen. De slechtste beslissing die ik ooit heb genomen, want daar voelde ik me helemáál niet thuis.»

Lees het volledige artikel in Humo 3702 van dinsdag 16 augustus.

maandag 15 augustus 2011

Ben je impulsief of juist niet?

Bron: hooggevoeligisnietraar.blogspot.com

‘Ik draaf vaak door en ben dan niet te stoppen. Dan heb ik ergens mijn zinnen op gezet, en rust ik niet voor ik het ook heb. En vervolgens komt vaak de spijt. Is dit soort impulsieve gedrag wel normaal voor een HSP’er?’ Met deze vraag verscheen Nuria op haar eerste consult.


Ze is niet de eerste die bij me komt met een vraag over impulsiviteit, en zo op het eerste gezicht lijken impulsief gedrag en hooggevoeligheid niet bij elkaar te passen. Sterker nog, het lijkt zelfs met elkaar in tegenspraak. Laten we eens kijken hoe het zit.

Aan de ene kant hebben we te maken met het beeld van de HSP’er die erg lang nodig heeft voor hij zover is dat hij een beslissing kan nemen. Dat komt dan doordat hij zo’n enorme hoeveelheid sensoriale informatie binnenkrijgt dat hij door de bomen het bos niet meer kan zien en blokkeert. Het enige wat hij in zo’n geval kan doen is zich terugtrekken, rusten, een eind gaan lopen of iets dergelijks om alle gegevens te verwerken en een plaatsje te geven. Afstand nemen van de brei aan informatie zorgt er vaak voor dat je de boel vanuit een nieuwe invalshoek kunt bekijken en er ineens toch weer greep op krijgt. Het kan echter ook voorkomen dat de lijst van voor- en tegens zólang wordt dat je opnieuw overweldigd raakt, blokkeert en ervoor kiest om de belissing op de lange baan te schuiven.


En dan nu het geval van Nieves. Ze had echt last heeft van haar impulsiviteit en ze vertelde hoe ze er meer dan eens door in de problemen kwam. Het gebeurde regelmatig dat ze dingen kocht die ze eigenlijk helemaal niet wilde hebben of nodig had, en bovendien was ze ‘in een opwelling’ getrouwd met een man van wie ze, zo bleek al snel na het huwelijk, helemaal niet hield. In de loop van de coachingssessies kwamen we erachter hoe ze, wanneer ze iets tegenkomt dat beantwoordt aan een –vermeende- behoefte of noodzaak van haar (natuurlijk betreft het in de meeste gevallen een behoefte of noodzaak waar ze zich niet ècht van bewust is) ze zichzelf bij wijze van spreken al meteen heerlijk ontspannen met een fijn boek op die mooie nieuwe bank ziet zitten, of dat ze zich al helemaal die superinteresante opleiding ziet doen die ze zich werkelijk helemaal niet kan veroorloven, of dat ze de heerlijkste lange wandelingen maakt met een hond die in de publicatie van het plaatselijke asiel haar aandacht trok en waarvoor ze natuurlijk helemaal geen tijd heeft. En dan hebben we het nog maar niet eens over dat ze zich al meteen stralend gelukkig getrouwd zag met de man die ze nog maar net kende en van wie ze heel zeker wist dat hij haar ware Jacob was. De man die een emotionele chanteur met wel erg losse handen bleek te zijn.


Een HSP’er beschikt in de regel over een grote dosis fantasie. Dat is een kwaliteit die hem of haar juist tot levenskunstenaar kan maken. Veel HSP’ers hebben vaak uitstekende en geïnspireerde ideeën. Maar wanneer we zo’n idee, zo’n intuïtie, rechtstreeks omzetten in de daad zonder eerst eens te kijken of de boel wel haalbaar is, lopen we een flink risico ons te vergissen.


We danken ons menszijn aan het feit dat we over drie zielekwaliteiten beschikken: het vermogen om te denken, het vermogen om emoties te beleven en het vermogen om gedachten en emoties om te zetten in daden. In het ideale geval zijn deze drie facetten met elkaar in evenwicht. Gevoelens geven aanleiding tot gedachten, gedachten geven aanleiding tot handelen en omgekeerd. Zeggen we ‘gevoelens’ dan denken we daarbij aan het hart, zeggen we ‘handelen’ dan denken we aan de ledematen en zeggen we ‘denken’ dan denken we natuurlijk aan het hoofd.


Hebben we het over een ‘evenwichtig iemand’ dan hebben we het in feite over iemand die leeft vanuit een innerlijke balans tussen zijn gevoelsleven, zijn manier van denken en zijn optreden. Een verstoring in deze balans kan situaties zoals die van Nieves tot gevolg hebben, maar ook het beeld van de ‘eeuwige twijfelaar’ opleveren. De meeste HSP’ers hebben een rijk gevoelsleven, sterker nog, het zijn vaak mensen die zich in eerste instantie laten leiden door hun gevoel. Hun gevoel is hun motor, kunnen we zeggen. Het valt niet mee om een evenwicht te bereiken wanneer je al veel van de tot je beschikking staande krachten weggeeft aan heftige emoties (want die vreten kracht!), en vaak zien we dan ook nog dat de krachten die overblijven niet evenredig verdeeld worden over de andere twee gebieden –die van het denken en die van het handelen- maar als het ware naar één kant worden gezogen. Dit leidt dan tot een eenzijdigheid in de zin van dat iemand blokkeert door een te veel peinzen zonder dat er een beslissing kan worden genomen (voelen en denken zonder handelen), of wel dat iemand juist heel impulsief is (voelen en handelen zonder denken).


Terugkerend naar de vraag van Nuria, of impulsief gedrag normaal is voor een HSP’er, moeten we zeggen dat het een mogelijkheid is, dat er inderdaad impulsieve HSP’ers zijn, maar dat in de praktijk de meeste hooggevoeligen toch naar de andere variant, die van de aarzelaar, neigen. Wat ook voorkomt is dat je als HSP’er nu eens het ene gedrag, en dan weer het andere gedrag vertoont, afhankelijk van het soort situatie waarmee je geconfronteerd wordt.


In beide gevallen hebben we te maken met een verstoorde balans waar, gelukkig, iets aan de doen valt. Er bestaan coachingstechnieken en vormen van (kunstzinnige) therapie die uitermate geschikt zijn voor het terugvinden van het innerlijk evenwicht. De eerste stap is echter dat je je bewust wordt van wat er innerlijk bij je speelt, dat je je manier van reageren leert herkennen en bekijkt wanneer dit zich voordoet en onder welke omstandigheden.


Mocht je een hooggevoelige
coach zoeken die je kan helpen bij het hervinden van je innerlijk evenwicht, aarzel dan niet om vrijblijvend contact met mij op te nemen.

woensdag 3 augustus 2011

De minder leuke dingen


Erg intelligent zijn, kan ook onaangenaam uitpakken. Hieronder enkele voorbeelden:
  • Je bent snel verveeld op school, op het werk, of in sociale contacten. 
  • De hoge intelligentie zorgt ervoor dat je veel dingen snel oppikt, maar dat je weinig mensen ontmoet die even snel denken. 
  • Als je in je omgeving veel "snelle denkers" hebt, verdwijnt dit nadeel meestal.
  • Je wordt niet of moeilijk sociaal aanvaard. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat je zinnen van anderen afmaakt, dingen denkt en zegt die "bizar" gevonden worden, of je liever niet aansluit bij de activiteiten van anderen. 
  • Ook is het mogelijk dat anderen afgunstig zijn door je (intellectuele) prestaties.
  • Je bent extra gevoelig voor indrukken. Deze "hoogsensitiviteit" gaat namelijk vaak samen met hoge intelligentie. Hoogsensitiviteit zorgt ervoor dat bijv. harde geluiden, agressieve beelden, of onrecht je meer dan gemiddeld uit je psychische evenwicht kunnen halen.
Hoogintelligente personen hebben natuurlijk niet allemaal deze problemen. Dat is grotendeels het gevolg van al dan niet jong leren omgaan met hun hoge intelligentie in een sociale context.
Om dat jong te kunnen leren, wordt er soms gepleit voor apart onderwijs voor hoogintelligente kinderen.
Binnen Mensa is er uiteraard de nodige aandacht voor genoemde problemen.

Bron: http://www.mensa.nl/hoogbegaafdheid/kenmerken/de-minder-leuke-dingen