dinsdag 13 december 2011

Hooggevoeligheid en trauma

Voor vandaag heb ik een blog posting van Marian van den Beuken's Blog van 10 dec 2011  over de relatie tussen hooggevoeligheid en trauma.

Afbeelding met dank aan Jose Mari Chan

 

Ik krijg nogal eens vragen over de relatie tussen klachten tengevolge van trauma en hooggevoeligheidsklachten. Ik vind het een belangrijke vraag en tegelijkertijd ook iets van de orde van de kip of het ei.

Ik denk dat de klachten van hooggevoelige mensen die chronisch overprikkeld en overbelast zijn, vaak overeenkomen met traumaklachten.  Ik wil niet op de stoel van een psychiater gaan zitten, maar ik vraag me wel eens af of op chronisch zwaar overbelaste HSP’s niet vaak de diagnose posttraumatische stressstoornis  van toepassing is. Alleen is het trauma dan niet een aan te wijzen gruwelijke gebeurtenis maar een langdurig blootstaan aan overbelasting van het kwetsbare zenuwstelsel door heftige prikkels van grovere aard, zoals lawaai, drukte, ruwe bejegeningen, negativiteit, een te grote diversiteit aan signalen als negatieve stemmingen, dubbele boodschappen, stress, te fel of te weinig licht, bepaalde voedingsmiddelen, medicijnen, geuren.

In therapie wordt vaak naar oorzaken van ‘het trauma’ gezocht. De cliënt is zelf ook al eindeloos bezig geweest, oorzaken te zoeken voor de klachten. Er wordt dan niets gevonden wat een trauma kon veroorzaken. Maar het trauma zit in de directe leefomgeving en die is voor HSP’s zo gewoon – ze hebben er immers vanaf hun babytijd in geleefd –  dat ze niet weten dat er ook andere leefomstandigheden bestaan.  Ze zijn als vissen die in vervuild water leven en zich afvragen wat ze toch verkeerd hebben gedaan of wat ze toch verdrongen hebben dat ze zoveel klachten hebben.

Als ik naar mijn eigen geschiedenis kijk: ik heb zelf vaak allerlei klachten  van cliënten met een verleden van seksueel misbruik in mezelf herkend, terwijl zoiets  voor zover ik weet, in mijn leven nooit heeft plaatsgevonden. Ik denk wel dat er stelselmatig inbreuk is gemaakt op mijn grenzen en mijn persoonlijke integriteit. Achteraf zie ik dat mijn ouders en mijn oudste zus behoorlijk getraumatiseerd waren door de oorlog. Ze waren niet in staat, een gezonde leefomgeving te creëren voor de jongere kinderen. Ik ben er uiteindelijk behoorlijk bovenuit gegroeid, maar heb toch nog steeds momenten waarop ik weer overvallen word door ‘onverklaarbare ‘ klachten, die ik dan maar weer toeschrijf aan mijn ‘bagage’. Niet aan het feit dat ik hooggevoelig ben, wel aan het feit dat ik in een omgeving ben opgegroeid die met name voor een HSP heel ongezond was. Elke keer als ik een nieuw veld van groei in stap, lijken deze klachten opnieuw geactiveerd te worden. Dit lijkt dan misschien even een terugval, maar ze blijken wel steeds sneller te verdwijnen.

Ik denk dat juist hoogsensitieve mensen die in een getraumatiseerde omgeving zijn opgegroeid vaak dragers zijn van het leed van de ouders en voorouders.  Ze zijn grenzeloos en staan veel te ver open doordat ze van baby af aan hun antennes gericht hebben op het leed van de ouders. Baby’s doen niets liever dan hun ouders plezieren en blij maken.  Zie het bekende boek Het drama van het begaafde kind [1]van Alice Miller; ik krijg steeds meer het idee dat de schrijfster met het begaafde kind het gevoelsbegaafde, het  hoogsensitieve kind bedoelt. Sinds ik kleinkinderen heb en baby’s van dichtbij in hun omgeving observeer met de kennis en ervaring die ik nu heb, vind ik het schokkend te zien hoezeer volwassenen bezig zijn, naar de gunst van een baby te dingen. Ze willen bijna allemaal  voortdurend dat de baby tegen hen lacht. Alsof een baby nooit eens iets anders te doen heeft. Deze volwassenen zijn niet bezig, de baby aandacht te geven, nee, ze willen zelf de aandacht van de baby. Het is voor mij af en toe bizar om te zien maar het wordt wel normaal geacht. Ik weet heel goed hoe helend de intimiteit met een baby kan werken. Maar lang niet alle volwassenen weten daarbij een gezonde afstand in acht te nemen, zodat de baby er vooral voor zichzelf kan zijn. Volwassenen hebben vaak geen idee dat ze in dit opzicht beschermers zouden moeten zijn en zeker voor hoogsensitieve baby’s.

Volgens Indra T. Preiss[2], die veel met hoogsensitieve mensen werkt in familieopstellingen,  gaat het hoogsensitieve kind als er problemen zijn in de familie, bijvoorbeeld langdurige spanningen in de relatie van de ouders, zijn gevoeligheid gebruiken om de ouders te ‘helpen’, te ‘bemiddelen’, door ‘bondgenoot’ van een van de ouders te worden of juist de ouders van hun problemen af te leiden door bijvoorbeeld ziek te worden of zich lastig te gaan gedragen. Wat het kind ook doet, het krijgt het zwaar, doordat het eigenlijk de problematiek van de volwassenen op zich neemt en niet meer voluit kind kan zijn.

Wat daar naar mijn idee nog bij komt, is dat het vaak beloond wordt voor meegaand of ondersteunend gedrag naar de ouders, terwijl geen volwassene ziet dat het kind tegen zijn eigen kinderlijke aard in aan het gaan is. Ook hier ontbeert het kind de bescherming van volwassenen in zijn omgeving en het ontwikkelt dan ook een overtuiging dat het verantwoordelijk is voor het welzijn van anderen en dat er niemand is die zijn wezenlijke wel-zijn in de gaten houdt. Dit wordt dan de ‘natuurlijke’ gang van zaken. Veel hoogsensitieve mensen krijgen hier pas in de loop van hun volwassen leven zicht op.

‘Juist omdat HSP’s enorm gevoelig zijn voor het leed van anderen, zijn zij bijna automatisch de meest belaste personen van heel het familiesysteem’, zegt Indra T. Preiss.  Nog lastiger wordt het voor het gevoelige kind als er in vroegere generatie van zijn familie een onverwerkt trauma speelt. Dat kan bijvoorbeeld het oorlogsverleden van de grootvader zijn, de aan wiegendood gestorven tante of de vroeg gestorven vader van de moeder . Het hoog sensitieve kind pikt de verstoring op en draagt die onbewust met zich mee, soms met gevolgen als depressie, concentratieproblemen of ziekte. De latere volwassene, voelt dan een zware emotionele last op zijn schouders of is gewoon niet gelukkig. Door deze grote belasting wordt hooggevoeligheid eerder als vloek dan als zegen ervaren.

Kortom, trauma en hooggevoeligheid kunnen erg met elkaar verweven zijn. Als je mensen hier in begeleidt, maakt het eigenlijk niet uit van welk vertrekpunt je start. Iedere hulpvraag waar een cliënt mee komt,  is prima. Als je het een aanstipt, komt het ander meteen mee.
Persoonlijk vind ik het niet zo belangrijk om in het begin al meteen te weten wat precies de oorzaak is. Ik werk zelf liever visiegericht dan probleemgericht. Ik bedoel daarmee dat ik, als een cliënt een probleem schetst, ik op zoek ga naar het verlangen dat onder dat probleem ligt. Daarmee is het probleem niet onmiddellijk opgelost, maar de cliënt wordt al wel blij van het beeld dat opgeroepen wordt: datgene waar hij of zij naar toe wil. Hier wordt het contact met de bron, de heelheid gemaakt en wordt de helende vibratie geactiveerd. Datgene waar je energie aan geeft, wordt versterkt. Geef je energie aan angst, dan versterk je de angst. Besteed je voortdurend aandacht aan boosheid of wrok, dan versterk je die. Help je de cliënt dus een beeld te scheppen van degene die hij of zij werkelijk van binnenuit is en wil zijn en besteedt deze daar ook dagelijks aandacht aan, dan wordt stap voor stap die positieve energie versterkt. Dat brengt het doel steeds dichterbij. En onderweg daarheen komt er als vanzelf meer inzicht in de oorzaak van het probleem.

Marian van den Beuken

[1] Uitgeverij Maarten Muntinga
[2] Indra T. Preiss, HSP’ ers en Familieopstellingen, in De Cocon, nieuwsbrief van de vereniging voor hooggevoelige Personen, jaarg. 2 nr. 11 okt 2006  http://www.atelierlevenskunst.be/tekstHSPers.htm

maandag 12 december 2011

Wie niet in de maat loopt krijgt Ritalin

Vandaag deel ik heel graag een posting van het blog http://groeiendbewustzijn.blogspot.com



De ideale jongen is tegenwoordig een meisje en de echte jongen een adhd'er. Dat beweert columniste Aleid Truijens.

Toeval of niet, de afgelopen weken ontmoette ik drie mannen die, sprekend over hun kinderen, de term adhd lieten vallen. Telkens ging het om een zoon. 'Tsja, de jongste gaat niet zo goed op school, hij is een adhd'er.' 'De middelste was thuis niet te harden. Adhd'ertje hè?' 'Die van dertig zit al jaren thuis. Hij wordt, als adhd'er, overal ontslagen.' Telkens werden de zonen niet omschreven als mensen die last hadden van een ongemak, maar simpelweg als 'adhd'er'. De ziekte is een identiteit geworden.

Ziekte? Adhd is geen ziekte, maar een beschrijving van gedrag. Er is geen aanwijsbare medische oorzaak. Wie in een test scoort op symptomen als ongeconcentreerd, druk en beweeglijk, heeft 'het'. Ongelooflijk veel kinderen hebben het. In sommige schoolklassen de helft, vooral jongens.

Hoewel van ziekte geen sprake is, is er een effectief geneesmiddel: Ritalin. Het bestrijdt niet de oorzaken van het gedrag - welke dat ook zijn - maar onderdrukt de symptomen. 'Drukke' kinderen worden op slag rustiger. Het wondermiddel is zo verbluffend dat de verleiding voor ouders en leerkrachten wel erg groot is om aan te dringen op medicatie. De farmaceutische industrie is blij met die miljoenen slikkers. Onbekend is welke effecten dat jarenlange pillen slikken op den duur heeft.

Wanhoop

Er is de laatste tijd veel kritiek op de epidemische toename van adhd. Toch twijfelt niemand aan het bestaan van de symptomen. We kennen allemaal kinderen die geen seconde op hun stoel kunnen blijven, niet lijken te kunnen luisteren en niet langer dan twee seconden zijn geboeid door speelgoed. Jongens, vooral, die zich rollebollend, schreeuwend en vechtend een weg banen over het schoolplein. We kennen ook hun ouders, machteloos vermanend in de supermarkt, en hun zuchtende juf, die de stoorzenders op de gang zet. Begrijpelijke wanhoop.

Vorig jaar was er Laura Bat-stra, een psychologe die haar baan in de kinder- en jeugdpsychiatrie opzegde, omdat zij zich stoorde aan het gemak waarmee kinderen de diagnose adhd krijgen opgeplakt. 'adhd zegt iets over de draagkracht en tolerantie van de sociale omgeving van het kind', zei ze in Trouw. Nog verder ging kinderpsychiater Sjef Teuns - oprichter van de medische kinderdagverblijven, dus niet iemand die gedragsproblemen onderschat. Hij noemde adhd 'een waandiagnose, die de werkelijkheid verdoezelt'. 'Als je niet netjes in de maat loopt', zei Teuns, 'krijg je Ritalin.'

Kwajongensgedrag

En nu is er historica Angela Crott, die een boude bewering over adhd de wereld in slingert. 'Het diagnosticeren van drukke jongens als adhd'er is een uitwas van het burgerlijk beschavingsoffensief dat in de 19de eeuw is begonnen' - zo luidt een stelling bij haar dissertatie. Op 21 december hoopt ze te promoveren op haar onderzoek Van hoop des vaderlands naar adhd'ers. Ik ben benieuwd naar het boek, waarvan ik nu alleen de samenvatting ken. Crott keek in opvoedingsboeken, verschenen tussen 1882- 2005, naar het beeld van jongens. Aan de jongens zélf veranderde in ruim een eeuw niets, concludeert ze. Die bleven altijd hun lawaaiige, bonkige, ravottende, slonzige, impulsieve, opschepperige en hartveroverende zelf. Maar wat een eeuw geleden nog als kwajongensgedrag werd beschouwd, heet nu hinderlijk.

Dat ging sluipenderwijs. Voor 1945 was de jongen nog een 'erfprins des hemels' die nadat hij was uitgeravot een degelijke kostwinner moest worden. Na de oorlog, toen de bevolking in de steden toenam en het ouderlijk gezag taande, werd baldadigheid van jongens (nozems!) vaker als overlast ervaren. De feministen in de jaren '70 bestempelden jongensgedrag als 'agressief'. Vanaf de jaren '80 werd gedrag steeds vaker in psychologische termen beschreven, waardoor er vanzelf meer 'afwijkingen' ontstonden. Bovendien kwamen er meer eenoudergezinnen en stonden er minder mannen voor de klas, waardoor veel jongens een mannelijk rolmodel misten. De nadruk, op school, op zelfstandig werken en zelf-reflectie deed de rest: jongens gingen slechter presteren. De ideale jongen is tegenwoordig een meisje; de echte jongen een adhd'er.

Mooie historische analyse, die goed aansluit bij wat opvoedingsdeskundigen als Louis Tavecchio, Martine Delfos en Micha de Winter erover hebben geschreven. Het wordt nu tijd voor oplossingen en maatregelen. Red de jongen, hij is het waard.

Aleid Truijens is columniste bij de Volkskrant.