donderdag 28 juli 2011

Wanneer is druk té druk?


Kinderen horen te spelen en te ravotten dat het een lieve lust is. En dat ze af en toe wat druk zijn, zien we met liefde door de vingers. Toch lijken zij die het vaak iets té bont maken en aan stilzitten een broertje dood hebben, steeds sneller het etiket ADHD opgekleefd te krijgen. En dat lang niet altijd terecht, zo blijkt.
Wie z'n peuter of kleuter energiek door het leven ziet huppelen, omschrijft dat doorgaans als een positieve eigenschap. Maar wat als diezelfde uk op de lagere school teruggefloten wordt omdat hij niet aandachtig genoeg is, té impulsief is en niet kan stilzitten? In dat geval worden ouders steeds vaker en sneller met de vinger gewezen: heeft je kind geen ADHD?

Het lijkt wel alsof ADHD echt een ziekte van deze deze tijd is. 'Er is de laatste jaren nochtans geen toename van het aantal ADHD-patiënten', zegt kinder- en jeugdpsychologe Inge Antrop van het UZ Gent. 'De geruchten dat ADHD vaker gediagnosticeerd wordt dan vroeger zijn er zeker, maar belangrijke internationale studies tonen aan dat ADHD vandaag zeker niet meer voorkomt dan tien jaar geleden. Wat we wél vaststellen en wat kan leiden tot een administratieve toename van ADHD, is een betere herkenning van het probleem.
 
Bijvoorbeeld bij meisjes aan wie ADHD vroeger veel minder toegeschreven werd of bij adolescenten en volwassenen bij wie het ziektebeeld tijdens de kindertijd niet vastgesteld werd. En dat is op zich uiteraard een goede zaak. De aandacht voor kinderen of jongeren met ADHD is tegenwoordig doelgerichter en er zijn meer correcte doorverwijzingen in de hulpverlening. Anderzijds zijn er toch nog heel wat mensen die ADHD onvoldoende kennen en er daardoor algauw iemand onterecht mee bestempelen.'

Wanneer (geen) ADHD?
Wie een bepaalde klacht ervaart of een symptoom bij zichzelf of een ander ziet opduiken, gaat tegenwoordig surfen op het internet, in de hoop daar de juiste diagnose te lezen. Bij té drukke kinderen duikt algauw de term ADHD op. Inge Antrop: 'Waar het gedrag van sommige drukke kinderen het resultaat is van een bepaalde opvoeding, is dat met ADHD niet het geval.

ADHD is een biologisch probleem; de oorzaak ligt niet bij de opvoeding van het kind, al kan een bepaalde manier van opvoeden juist heilzaam dan wel verstorend werken op een kind met aanleg voor dit ziektebeeld. Maar de aandoening is dus wel degelijk erfelijk bepaald en aangeboren, hoewel dit uiteraard geen vrijgeleide mag zijn. Stel je bijvoorbeeld vast dat je kind tijdens het vijfde leerjaar plots verminderde aandacht heeft voor school of dat het thuis veel onrustiger reageert dan voorheen, dan kan je zeker niet meteen spreken van ADHD, maar moeten vooral eerst andere hypothesen overwogen worden.

De symptomen van ADHD moeten zich namelijk al van in de vroege kindertijd manifesteren, en wel op de volgende drie vlakken: aandacht, impulsiviteit en hyperactiviteit. Deze drie kernpunten zijn bij ieder van ons aanwezig, maar bij sommige mensen uiten deze zich in opvallend mindere of meerdere mate. Zo kunnen we allemaal weleens impulsief handelen of de aandacht verliezen, maar wanneer ben je té impulsief of toon je net té veel of té weinig aandacht? Om dat te kunnen vaststellen, bestaan er een aantal criteria:

- De symptomen moeten robuust in de ontwikkeling aanwezig zijn, dus vanaf vroege leeftijd merkbaar.
- De symptomen moeten ook robuust over verschillende situaties voorkomen, dus zowel op school, thuis als elders. Ondervindt een kind enkel hinder op sociaal of emotioneel vlak of merk je dat er enkel op school bepaalde gedragsproblemen ontstaan en is er thuis geen vuiltje aan de lucht, dan kan je opnieuw niet spreken van ADHD.
- Op school of op sociaal vlak moet het kind duidelijk hinder ondervinden van de symptomen.'

Druk op school
Zonder dat we van een significante stijging kunnen spreken, tonen cijfers aan dat zo'n drie tot vijf procent van de lagereschoolkinderen effectief kampt met ADHD. 'De kans dat leerkrachten tijdens hun loopbaan een of meerdere leerlingen met deze gedragsstoornis voor zich krijgen, is dus niet onbestaande', merkt dr. Antrop op. 'Een juf of meester moet dus alert zijn voor bepaalde zaken, maar dat is zeker niet makkelijk.

Want laat impulsiviteit, druk doen en de aandacht nauwelijks langer dan een paar minuten bij de les kunnen houden net héél typerend zijn voor alle jonge kinderen! Net om die reden zijn we onder de leeftijd van zes jaar dan ook erg voorzichtig met het stellen van een diagnose; we nemen het liefst een afwachtende houding aan.

Bovendien wil het criterium 'robuust in verschillende situaties' niet zeggen dat kinderen met ADHD in elke situatie heel druk moeten zijn. Er zijn ook omstandigheden waarin ze helemaal niet opvallen omdat ze zich dan net erg rustig gedragen. Plaats jonge kinderen met ADHD trouwens in een klas met een sturende leerkracht die voldoende tijd en aandacht voor elk kind kan uittrekken en ook daar zal je de symptomen veel minder snel opmerken. Ten slotte mogen we ook niet vergeten dat een kind ook best druk en hyperactief kan zijn zonder dat het ADHD heeft!'

Geen concrete test
Bepaalde signalen opmerken is één ding, ze op de juiste manier interpreteren blijkt voor een leek allesbehalve makkelijk. 'Bij twijfel of problemen stap je in eerste instantie best naar de huisarts. Naast een overschatting blijft er namelijk ook een onderschatting van het probleem bestaan', vertelt dr. Antrop. 'Zo zien we nog steeds heel wat zestienjarigen met ADHD opduiken bij wie de diagnose eigenlijk al veel eerder gesteld had kunnen worden. Door omstandigheden glipten zij helaas door de mazen van het net en kwamen in een waterval van frustraties en mislukkingen terecht, enkel en alleen omdat de link naar ADHD nooit gelegd werd en het kind gewoon als 'moeilijk in de omgang' aanzien werd.'

Tegelijk wringt ook daar het schoentje, want op welke manier stel je vast of een kind daadwerkelijk gewoon 'moeilijk doet' of aan een stoornis lijdt? 'Hoewel er geen concrete test voor ADHD bestaat, kan een diagnose toch vrij snel gesteld worden', legt dr. Antrop uit. 'Iemand met ADHD, en zeker een kind, ondervindt namelijk echt hinder van de symptomen en kan in de meeste gevallen nauwelijks nog naar behoren functioneren. En dat terwijl er mits een aangepaste behandeling perfect met de aandoening te leven valt.'

Omstreden pilletjes
ADHD wordt vaak bestreden met Rilatine, een omstreden middel dat volgens deskundigen vaak te snel voorgeschreven wordt. 'Wat de aanpak van ADHD betreft, staat psycho-educatie oftewel de uitleg die aan de ouders, school en het kind zelf gegeven wordt voorop', stelt Inge Antrop. 'Wat is ADHD, wat zal de aanpak zijn, enzovoorts. Indien dit echter niet voldoende blijkt - en dat is in de meeste gevallen ook zo - dan wordt er tevens specifieke medicatie toegediend die inmiddels erg efficiënt gebleken is om de symptomen van ADHD te onderdrukken.

Zowat tachtig procent van de patiënten is met deze medicatie gebaat, al mag deze enkel door een arts voorgeschreven worden wanneer er voor honderd procent zekerheid bestaat over de diagnose! De bedoeling is om met medicatie op korte termijn de hoge toppen van het storende gedrag te scheren, waardoor de patiënt op langere termijn ontvankelijker wordt voor therapie en trainingen die minstens even belangrijk zijn.'

Naast psycho-educatie en medicatie blijkt ook een concrete aanpak in het 'hier en nu' bepalend voor het behandelen van kinderen met ADHD. Dr. Antrop: 'Zij hebben over het algemeen een afkeer voor uitstel; wachten is voor hen een serieuze opgave. Het is dan ook belangrijk om alles met hen op het eigenste moment te bekijken en in de onmiddellijke context te reageren en te handelen. Iets grotere kinderen met ADHD kan je wat gedrag betreft vergelijken met peuters en kleuters. Deze kleintjes willen en kunnen nog geen geduld opbrengen en willen niet graag wachten.

Welnu, wie aan ADHD lijdt, denkt en handelt op net dezelfde manier; hij of zij kan bepaalde regels pas op latere leeftijd tot zich nemen. Dat heeft te maken met de zogenaamde executieve hersenfuncties oftewel de besturingsfuncties die er in onze frontale hersenkwab voor zorgen dat ons gedrag in een bepaalde richting gestuurd wordt zodat we een bepaald resultaat verkrijgen bij een bepaalde handeling. Maar bij een kind met ADHD zijn deze hersenfuncties nog onrijp, waardoor het constant een beroep zal willen doen op zijn omgeving om hem de nodige motiverende prikkels te bezorgen.'

Kinderen met een handleiding
Waar kinderen met ADHD absoluut baat bij hebben, is een erg gestructureerd leven. Inge Antrop: 'Stel dagschema's op met een duidelijke tijdsplanning en orden alles op een welbepaalde plaats in de woning of klas. Kan een bepaalde activiteit moeilijk gepland worden of verloopt deze chaotischer dan verwacht - denk maar aan een schoolreis - dan kan je hierop anticiperen. Maak je het kind immers gevoelig voor de gevolgen van een bepaalde activiteit of handeling, dan kan je het hierdoor tegelijk trainen.

Ook vaardigheidstekorten kunnen op diezelfde manier aangepakt worden. Kinderen met ADHD vallen doorgaans uit de boot op sociaal vlak omdat ze bepaalde sociale vaardigheden missen. Mits de juiste gedragstherapie valt ook dit te verhelpen.' En dan zijn er nog de omgevingsprikkels. 'Het kind raapt een prikkel snel op maar is er tegelijk heel gevoelig voor. Werken in kleine stapjes is hier de boodschap. Beloon het kind onmiddellijk wanneer het iets positiefs verricht of de nodige motivatie aan de dag kan leggen.

Stel dat moment zeker niet uit tot het einde van de week, want dan is de beloning veel minder krachtig. Ook positief stimuleren staat voorop; een kind leert immers niet door straf maar wel door wat het als positief resultaat bekomt bij een bepaalde handeling. En wil je kind die ene hobby of studierichting uitproberen, geef hem dan de kans en motiveer het kind, ook al houdt het iets nieuws vaak niet lang vol. Het biedt immers die broodnodige afleiding en laat het kind z'n eigen vrije tijd gestructureerd en voor zichzelf indelen.'

Niet lui
Studeren voor een moeilijke toets leidt bij kinderen met ADHD vaak tot problemen. 'Wie niet weet dat het hier om iemand met ADHD gaat, zal dit gedrag snel wijten aan luiheid of een gebrek aan motivatie; iets wat we vaak op scholen horen', weet dr. Antrop. 'Bovendien vinden leerkrachten en ouders de extra aandacht die deze kinderen vragen vaak oneerlijk ten opzichte van de andere leerlingen. Het is dan ook belangrijk leerkrachten en ouders erop te wijzen dat het hier niet om 'slechte wil' van het kind gaat maar wel om een letterlijk biologisch ontbreken van motivatie in de hersenen. Het is alsof je tegen een blinde zou zeggen: je moet maar beter kijken!'

Kinderen met ADHD doorverwijzen naar een school met aangepast onderwijs, lijkt voor Inge Antrop niet per definitie nodig, tenzij het kind echt moeilijk kan volgen in het reguliere onderwijs. 'De meeste van deze kinderen kunnen mits de nodige medicatie en gedragstherapie perfect volgen op school, maar ze blijven uiteraard erg gevoelig. En toch... Kinderen met ADHD zijn meestal gehard, net doordat ze vaak kritiek over zich heen krijgen. Ze blijven vaak in de meest onvoorspelbare situaties als een rots overeind.'

Meer weten?
Op www.zitstil.be tref je heel wat nuttige informatie over het Centrum ZitStil dat vorming, training en ondersteuning geeft en tevens maatschappelijke acties onderneemt om iedereen die iets te maken heeft met ADHD vooruit te helpen. Het centrum is er voor alle leeftijden en voor iedereen, ook (groot)ouders, artsen, monitoren... Je kan er ook telefonisch terecht op het nummer 03/830.30.25.

Wie graag psychologisch advies, hulpverlening of gerichte doorverwijzing op afstand wil krijgen, kan terecht op de ADHD-Consultatielijn: 0902/88.777

Bron: artikel door Nathalie Vandecasteele voor Goed Gevoel, juli 2011

dinsdag 19 juli 2011

Kanttekeningen bij de diagnose autisme

Gepubliceerd: februari 14th, 2011

Geschreven door Herbert van Erkelens.

Autisme betekent dat er een stoornis in de hersenen zit. De prikkel- en informatieverwerking is verstoord waardoor iemand met autisme moeilijkheden ondervindt op het gebied van communicatie, sociale interactie en verbeeldend vermogen. 

Dat is het beeld dat algemeen geschetst wordt en ook door de Nederlandse Vereniging voor Autisme wordt gehanteerd. Mensen met autisme zouden volgens deze vereniging leven in een wereld die ze niet begrijpen. 

Maar als ouder van een dochter met PDD-NOS, een ontwikkelingsstoornis binnen het autismespectrum, vraag ik mij af of dit beeld wel klopt. Want dat is maar één bepaalde manier om naar autisme te kijken. In ieder geval vind ik het niet gewenst om een kind een stoornis aan te praten als die niet gelokaliseerd en ook niet nader gespecificeerd kan worden. Want dat is de betekenis van PDD-NOS: een diep doordringende stoornis in de ontwikkeling (Pervasive Development Disorder) die niet nader gespecificeerd kan worden (Not Otherwise Specified).

Inmiddels zijn er studies verschenen waarin de scheidslijn tussen kinderen met en kinderen zonder autisme aan het vervagen is. Sue Bennett die zich autisme coach noemt wijst erop dat kinderen met veel talent of een bepaalde gave onderdeel van het autismespectrum kunnen zijn: ‘Zowel kinderen met een gave als kinderen met autisme neigen ertoe vaardigheden te hebben die op het rechterbrein zijn gebaseerd – zij hebben als kenmerk een grotere rechterhersenhelft en hebben meer kans om anomalieën in de linkerhersenhelft te vertonen. Kinderen met een gave of savants hebben typisch vaardigheden die aan het rechterbrein ontspringen zoals kunst, muziek en wiskunde. Beperkingen hebben deze kinderen doorgaans bij hersenactiviteiten die normaal gesproken in het linkerbrein plaatsvinden zoals talen en sociale vaardigheden.’ 

Ook wordt er op internet een verband gelegd tussen indigokinderen en autisme. De kinderen met autisme zouden volgens Paula Peterson van Earthcode ‘de andere indigokinderen’ zijn.

linker -en rechter hersenhelft

Tenslotte is er meer bekend geraakt over de functie van de rechterhersenhelft. Neuro-anatoom Jill Bolte Taylor heeft in 1996 een ernstige hersenbloeding in haar linkerhersenhelft gehad. Vele functies van die linkerhelft vielen uit waardoor zij meer en meer in de persoonlijkheid van haar rechterhersenhelft verzeild raakte. Zij werd tot haar verrassing een energetisch wezen dat één met de hele kosmos was en diepe innerlijke vrede ervoer. Wat wij normaliter onze identiteit noemen verdween bij haar geheel uit zicht naarmate de bloeding voortduurde. Ze wist niet meer wat een moeder was of dat zij een moeder had. Als er zo’n ingrijpend verschil is tussen de linker- en rechterhersenhelft, dan kunnen we ons voorstellen dat kinderen met een dominante rechterhersenhelft bijzondere aanpassingsproblemen hebben in een wereld die voornamelijk door de linkerhersenhelft is gecreëerd. 

Ook wordt er op internet geopperd dat mensen met autisme een niet-lineaire geest hebben. Dat zou de vaardigheden van de (wiskundige) savants onder hen verklaren. En het niet-lineaire brein zit rechts.

Het zou best mogelijk zijn dat kinderen zoals onze dochter baat heeft bij lesmethoden die speciaal gericht zijn op kinderen met een dominante rechterhersenhelft. Die worden door Linda Kreger Silverman de ‘Visual-spatial non-sequential learners’ genoemd. Zij zijn visueel-ruimtelijk en niet auditief-logisch ingesteld: ‘Zij leren alles tegelijkertijd en wanneer het kwartje gevallen is, vergeten zij het geleerde nooit meer. Zij leren niet via herhaling en drilmethoden. Zij leren van het geheel naar het deel en zij moeten eerst het grote plaatje zien voordat zij de details kunnen leren. Zij zijn “non-sequential” wat betekent dat zij niet op de stap-voor-stap manier leren waarmee de meeste docenten onderwijzen. Zij arriveren bij correcte oplossingen zonder stappen te nemen, dus is het vaak onmogelijk voor hen om “hun werk te tonen.”

Zij kunnen moeilijkheden hebben met gemakkelijke taken, maar tonen verbazingwekkende vaardigheid voor moeilijke, complexe taken. Zij zijn systeemdenkers die grote hoeveelheden informatie uit verschillende domeinen kunnen orkestreren, maar zij missen vaak de details. Zij neigen op organisatorisch gebied in het nadeel te zijn en zijn onbewust wat tijd aangaat. Zij zijn vaak creatief, technologisch, wiskundig of emotioneel begaafd.’ (Zie ook: Visual-Spatial Learners) 

Hoewel van leerlingen met autisme altijd wordt beweerd dat zij zich goed op details kunnen richten en het grote overzicht juist missen, zou het best de moeite waard zijn om leermethoden op hen uit te proberen die speciaal voor de rechterhersenhelft bedoeld zijn. 

Mijn dochter heeft het omgaan met de computer zonder noemenswaardige hulp en met vallen en opstaan onder de knie gekregen. Zij is nu de computerspecialist thuis en ze verricht daarbij allerlei handelingen zo razendsnel dat wij niet kunnen volgen wat zij doet.

Verschillende theorieën proberen het denken en het gedrag van mensen met autisme te verklaren, maar die theorieën zijn eerder beschrijvingen dan verklaringen. Autisme wordt daarbij inderdaad gezien als een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. De centrale coherentietheorie stelt dat mensen met autisme ernstige problemen hebben met het betekenisvol integreren van wat zij waarnemen. Zij zouden sterk gericht zijn op details en moeite hebben hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Maar wat zit daarachter? 

Gedragstherapeute Leslie Morrison meent in een interview op Earthcode (Angels Disguised ~ The Other Indigo Children) dat kinderen met autisme in feite hooggevoelige kinderen zijn die geen filters gebruiken voor de informatie die bij hen binnenkomt. Alle informatie komt bij hen naar binnen en zij weten niet hoe zij van deze informatie een zinvolle selectie kunnen maken. Zonder hulp zullen zij dat ook niet leren en daarom is het van vitaal belang dat zij op jonge leeftijd in een omgeving verkeren die hen aanmoedigt met informatie naar buiten te komen. Wanneer het proces van communicatie eenmaal op gang komt, kan ook het gedrag verdwijnen dat de omgeving als typisch autistisch ervaart.

Een tweede verklaringsmodel stelt dat mensen met autisme een ‘theory of mind’ hebben die slecht ontwikkeld is. Mensen met autisme zouden zich geen beeld kunnen vormen van wat zich in de geest van anderen afspeelt. Zij zouden zich dan ook moeilijk kunnen verplaatsen en inleven in de gedachten, gevoelens en intenties van een ander. 

Er zijn sterke aanwijzingen dat deze zienswijze voor de huidige generatie kinderen met autisme niet klopt. Morrison noemt als een van de opvallendste eigenschappen van de kinderen met wie ze werkt hun groot inlevingsvermogen. Dit natuurlijk talent voor empathie tonen zij vooral incidenteel: ‘En zo hebben we te maken met kinderen die vaak niet socialiseren of weinig contact met anderen hebben en toch op cruciale momenten diep mededogen tonen. Het lijkt er bijna op of zij op die momenten wachten om hun mededogen te tonen en het is werkelijk heel bijzonder als het gebeurt.’ Om deze reden kan het voor een ouder of een hulpverlener juist een verrijking zijn om met een autistisch kind om te gaan. 

Waar een kind met autisme opduikt, heeft het de potentie in zich om de omgeving ten goede te veranderen. Want het reageert alleen op liefde. Daarom meent Morrison: ‘Zij zijn een geschenk, geen probleem. Zij brengen de gave met zich mee om jou bewust te maken van wie je werkelijk bent. Ik heb zoveel geleerd over mijzelf, om zoveel mogelijk authentiek te zijn… en dat heb ik geleerd van hen. En wanneer ik van deze kinderen hun liefde voel, dat is het grootste geschenk dat zij kunnen geven.’

leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs

Tenslotte gaat de executive functioning theory ervan uit dat kinderen met autisme problemen hebben met plannen, organiseren, monitoren en bijsturen van gedrag en werk. Zij missen het overzicht om hun bezigheden te plannen in de tijd en hebben moeite met het flexibel reageren op plotseling veranderde omstandigheden. Vooral in het voortgezet onderwijs lopen leerlingen met autisme tegen problemen aan omdat er steeds maar van hen wordt verwacht dat ze zelfstandig werken en zelfstandig leren. Maar wat ze primair nodig hebben is een duidelijke en voorspelbare leeromgeving. 

De centrale hulpvraag van leerlingen met autisme is: ‘Help mij samenhang ontdekken in een wereld die voor mij chaotisch en onvoorspelbaar is.’ 

In Leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs, een uitgave van het Landelijk Netwerk Autisme, wordt dit haarfijn door Arjan Clijsen en Yvonne Leenders uitgelegd. Clijsen en Leenders signaleren ook dat autisme een stoornis met vele gezichten is. Leerlingen met autisme hebben niet alleen beperkingen maar ook talenten: ‘Leerlingen met autisme hebben hun eigen persoonlijkheid, temperament, intelligentie, kwaliteiten, talenten en tekortkomingen. De combinatie van deze persoonskenmerken zorgt ervoor dat autisme bij elk kind met autisme verschillend tot uiting komt.’


Ook hier kan als verklaringsmodel geopperd worden dat kinderen met autisme mogelijk minder sterk in vaardigheden zijn die met de linkerhersenhelft te maken hebben. Het voortgezet onderwijs is nogal sterk gericht op hersenfuncties die bij een grote groep mensen links worden aangetroffen. Het is nogal wrang dat kinderen met autisme tijdens een belangrijke levensfase in een omgeving verkeren die een grote druk op hen legt. Zij worden extra op hun tekorten gewezen en kunnen hun talenten in onvoldoende mate ontplooien. Veel mensen met autisme wijzen de periode in het voortgezet onderwijs als de moeilijkste fase van hun leven aan. Als ouder vraag je je vaak af wat een samenleving bezielt om alle kinderen aan een en hetzelfde onderwijssysteem te onderwerpen. 

In Ieder kind in z’n eigen kracht is Carla Muijsert van mening dat onze tijd om een onderwijssysteem vraagt waarin niet de leerstof, maar het kind centraal staat: ‘Het huidige mensbeeld vraagt om een onderwijssysteem waarin gestandaardiseerde normen worden losgelaten, een systeem, waarin het vertrouwen in kinderen centraal staat en de angst dat ze maatschappelijk uit de boot vallen los wordt gelaten… Schoolinitiatieven waarin kinderen worden gezien zoals ze zijn, maken goed zichtbaar hoeveel meer kinderen in hun mars hebben dan waar ze vaak krediet voor krijgen.’


auteur en copyright: Herbert van Erkelens
Voor het plaatsen van dit artikel is toestemming verkregen.
website hier
artikel hier

maandag 18 juli 2011

WAT is eigenlijk HSP nu juist?? (primair, secundair, tertiair)



Mooie samenvatting door Dirk Wynen, over wat HSP nu eigenlijk is
Hsp slaat in principe (per definitie) op: met één of meerdere zintuigen gevoeliger zijn in waarneming (intensiteit) voor indrukken en prikkels van de buitenwereld, zoals geluid, licht, geuren, smaak, (huid-)gevoeligheid, en bvb ook: voeding, medicatie, temperatuur, allerlei stimuli, pijn, aanrakingen (bvb ook ivm kleding), ...

Hsp’rs hebben een zintuiglijk verwerkende gevoeligheid , in dat opzicht dat hun hersenen en lichaam alles intenser, subtieler en gedetailleerder waarnemen en verwerken, dit laatste soms ook wat trager... 
Het is dus een (aangeboren) karakter-eigenschap, in veel mogelijke gradaties of nivo’s. Elke hsp heeft verschillende eigenschappen, beleeft z’n hsp-zijn op een eigen, individuele manier.
Enkele secundaire (mogelijke) kenmerken:
energetisch meer gevoelig betr. het aanvoelen/overnemen van emoties en stemmingen, zich vrij veel aanpassen, het moeilijk trekken van grenzen, zorgzaam en anticiperend op behoeften van anderen, redelijk veel diepgang, ...
Enkele tertiaire (mogelijke) kenmerken:
hoge graad van bewustzijn, hoogbegaafdheid, sterker ontwikkeld 6de zintuig of intuïtie, een groot eco-bewustzijn, bezig zijn met bewustwording/persoonlijke groei/spiritualiteit, ...

zaterdag 16 juli 2011

Wat als ...

Vannacht werd ik wakker met de gedachte: "Moest de Mannaz School veertig jaar geleden hebben bestaan, dan zou mijn leven er heel anders hebben uitgezien".

En dat zou ook zo geweest zijn.

Omdat mijn ouders hun dochter een 'goeie opvoeding' wilden geven, stuurden ze mij naar een deftige katholieke nonnenschool.  In die tijd was er nog 1 non die les gaf (en gevreesd werd door de hele school) en hadden we ook een zuster directrice.  Ik werd op school beschouwd als een kwebbelaar en een kwikkelgat.  Zwijgen en stil zitten was niet mijn ding.  Gelukkig hadden we nog nooit gehoord van ADD en ADHD.  Alle kinderen op mijn school waren verschillend, de ene iets stiller dan de rest, de andere wat luider.  De ene was speelser en kon moeilijk stilzitten, de andere een dromer.  Maar we waren allemaal 'normaal'.

In het eerste leerjaar stuurde de juf mij regelmatig de speelplaats op met een grote kartonnen tong bengelend aan mijn nek, en mijn mond dicht geplakt met plakband.  Niet dat het veel geholpen heeft :-)  Maar mijn 'imago' op school was wel gevormd.  Het tweede leerjaar was heerlijk.  We hadden een juf die net zo druk en gek was als ik zelf.  Van het derde leerjaar weet ik alleen nog dat ik uren in de hoek heb doorgebracht met mijn handen op mijn hoofd, meestal huilend en vol onbegrip.  Het vierde jaar was lol scheppen, want mijn nichtje zat bij mij in de klas.  Toen er op school geld werd opgehaald voor de missies besloot ik samen met een paar vriendinnen langs alle huizen te gaan om geld op te halen.  Toen de directrice ons 's ochtends op het matje riep omdat een dame haar had opgebeld was het hek van de dam.  We werden alle drie gestraft omdat we het imago van de school hadden geschonden.  Neen, geen "wat lief van jullie dat jullie zo'n hoop geld hebben opgehaald," maar "schande dat jij deel uitmaakt van deze school".  Tot op vandaag begrijp ik het nog steeds niet goed.  Maar op dat moment veranderde er iets in mij en verloor ik het respect voor mijn directrice.
In de vijfde klas hoefde het voor mij dus allemaal niet meer.  Ik weigerde mee te werken en maakte geen huiswerk meer.  Aan mijn imago van "moeilijk, lastig kind" kon nog weinig toegevoegd worden.  Logisch dus dat ik in de zesde klas "geplaatst" werd bij de moeilijkste juf op school en de eerste dag van het schooljaar werd onthaald op het welkomstwoord:"ik zal je wel klein krijgen".  Gevolg: op heel het schooljaar had ik drie keer speeltijd.  Alle anders speeltijden bracht ik door in de klas: straf schrijvend.

Het eerste middelbaar werd een even grote ramp en tegen het einde van het jaar was mijn moeder het wellicht zo zat om iedere keer weer te moeten aanhoren hoe hopeloos haar dochter wel was dat ze een voor haar gigantisch drastisch besluit nam en mij op een andere school inschreef: het Atheneum.

Een nieuwe wereld ging voor mij open: jongens!  Uitdaging, competitie, humor en gezelligheid.  Leraren waren ofwel je medestander of een gewillige prooi.  Ik was geliefd, want had in de loop van mijn lagers school kwaliteiten ontwikkelt die door mijn klasgenoten enorm werden gewaardeerd.

De laatste jaren verzeilde ik in de richting Menswetenschappen.  Een kleine redelijk hechte kliek.  Een team in kattenkwaad, maar ook in er zijn voor elkaar, samen lol maken, samen lachen, samen huilen.

Ik ben heel blij en dankbaar voor de groep waar ik toen in terecht kwam.  Voor het eerst in mijn leven ging ik graag naar school.  (jaja, ook omdat mijn lief bij mij in de klas zat).  Maar 't was toch zonder spijt dat ik de deur van de middelbare school achter mij dicht gooide en vertrok zonder er ooit nog 1 voet binnen te zetten.

De meerderheid van mijn vrienden was dan ook met uiterste verstomming geslagen toen ik na mijn universitaire studies besliste om naar de normaalschool te stappen.  En eerlijk gezegd, dat ik nog degene was die zich er het meest over verbaasde.  Ik had minstens een jaar te 'vullen' voor ik in Oxford werd toegelaten.  Dus werd ik 'juf'.  En vraag me niet waarom ... ?
Het werden opnieuw twee zware jaren.  Elke dag om 10 na 8 op school zijn (ook op vrijdag ochtend!!), terecht komen in een groep die stukken jonger is.  En het ergste van alles: stage doen, waarbij iedereen op je vingers komt kijken.  Heerlijk voor een hooggevoelige onderpresteerder!  Maar we hebben het overleefd en na twee interims in het zesde leerjaar ook meteen weer beslist beslist om "nooit nog" voor een klas te staan.

Tja wat zegt het spreekwoord?  "Zeg nooit, NOOIT" :-)

Dus droomde ik in stilte jarenlang van een "andere" school, een leuke school, een knusse school, een school omgeven door groen.  Een school waar hooggevoeligen zich thuis voelen.

En ik was niet alleen.  Want net dit was ook al heel lang de droom van Jan Camus.

Tijdens een workshop in La RiPoSa zat ik beneden wat dingen op papier te krabbelen, zoals ik regelmatig doe.  Schriften vol doelen en dromen.  Tja, ik ben een eeuwige creator.  Jan vroeg me wat ik aan het doen was en enkele minuten later waren we weg, weg van deze wereld, weg van La RiPoSa.  De Mannaz School werd op papier geschapen.

We hadden weinig woorden nodig, weinig vergaderingen want onze gedachten zaten op één lijn.  Het leek alsof de kosmos opgelucht adem haalde.  Blij was.  Eindelijk ...

Sindsdien zitten de plannen in een stroomversnelling en opent de school haar deuren op 1 september 2011.  De echte details onthouden we je nog (erg hé).  Hiervoor nodigen we je liever uit om zelf een kijkje te komen nemen in ons schoolgebouw.

Maar ondertussen kun jij iets doen wat wezenlijk is voor het bestaan van de school: lid worden van onze vzw.  Je hebt twee mogelijk heden: sympathisant @ 50 euro per jaar en Vriend van Mannaz @ 500 euro per jaar.  Het lidmaatschap geeft je tal van leuke voordelen.  Klik op deze link om mee te vernemen! http://mannaz-hsp.webs.com/mannazvzw.htm

Alvast hartelijk bedankt!  Want wellicht ben jij ook iemand van wie het leven er heel anders had uit gezien als jij je middelbare schooltijd had doorgebracht op een Mannaz School.

Op de site van de school kan je een iets meer uitgebreide schoolbrochure downloaden: http://mannazschool.webs.com/


woensdag 13 juli 2011

Ontspannen op vakantie: 10 praktische tips


Een recent uitgebracht Brits onderzoek meldt dat werknemers eigenlijk veel te lang wachten met  vrije dagen opnemen. Bijna een kwart van de respondenten bleek zo overwerkt dat ze elke paar weken snakte naar een vakantie. Toch nam slechts één op de vijf werknemers elke twee maanden vrij. 44 procent werkte zelfs een halfjaar door zonder ook maar één dag vrij te nemen.

Eigenlijk zou je als werknemer elke 62 dagen een korte break moeten nemen, zo concludeerden de onderzoekers. Dit zou je energie op peil houden, je prestaties verbeteren en het risico op stress, oververmoeidheid of burn-out verminderen.

Er is in essentie niks mis met lekker hard werken. Het geeft je plezier, voldoening ook. Maar constant doorjakkeren kan op den duur problemen geven. Je kunt je misschien minder goed concentreren dan voorheen. Je gaat meer fouten maken. Je wordt kribbiger naar collega’s of je lief. En die symptomen kunnen  op hun beurt weer andere problemen veroorzaken. Met je gezondheid, je relatie, je gevoel van tevredenheid.

Hoe betrokken of bevlogen je ook bent, het blijft essentieel om steeds goed voor jezelf te zorgen. Door af en toe uit de mallemolen van eten-werken-slapen, eten-werken-slapen te stappen en wat afstand te nemen. Zo hou je je energie goed op peil. Ook op de langere termijn.  Maar hoe doe je dat in de vaak drukke aanloop naar de zomervakantie?

Experimenteer eens met de volgende praktische tips in combinatie met de eenvoud van mindfulness. Het biedt je een handige ‘ toolkit’ om je anders te verhouden tot pre-holiday werkstress.


Communiceer

1. Vertel luid en duidelijk  dat je op vakantie gaat en voor hoelang. Zo kunnen je manager, je team of je collega’s er rekening mee houden. Het maakt het ook makkelijker voor je om te bedanken voor een nieuwe project, helemaal als de deadline ervan in je vakantie valt.

2. Maak afspraken over je bereikbaarheid. Verwacht men dat je af en toe je emails checkt of je mobieltje opneemt? En is dat dan de hele vakantie door, of slechts op een paar cruciale dagen? Denk niet dat je onmisbaar bent en dus altijd klaar moet staan. Echt, problemen lossen zich vaak vanzelf op, ook zonder jouw input. 

3. Zet nu al je out-of-office melding aan. Laat ‘m  gewoon al een week of twee voor vertrek vanaf een uur of vier ’s middags draaien. Geef in de meldingstekst aan wat je eerder hebt afgesproken qua bereikbaarheid en  wie in jouw afwezigheid je verantwoordelijkheden overneemt.  Je zult zien, al een week voor vertrek krijg je minder emails binnen.


Organiseer

4. Maak een overdrachtsdocumentje van alle lopende zaken. Door alles op te schrijven, verdwijnt het ook gelijk uit je hoofd. Dat scheelt een hoop gepieker. Zorg dat je collega’s toegang hebben tot je lijst, zodat je hun verwachtingen naar jou toe adequaat kunt managen.  Vraag of zij op hun beurt deze lijst kunnen bijhouden met zaken die jouw aandacht vragen als je weer terug bent.

5. Ruim je bureau op. Hoe opgeruimder je werkplek, hoe rustiger het is in je hoofd in die laastste dagen voor je vertrek. Het zorgt er bovendien voor dat collega’s snel dingen kunnen terugvinden en je overdracht nog soepeler verloopt.   


Recupereer 

6. Geniet van je lunch. Hoe druk je het ook hebt, ga niet achter je computer zitten eten, maar neem rustig de tijd om van je middageten te genieten. Werk je lunch niet automatisch en onbewust naar binnen, maar eet met aandacht. Je zult er meer van genieten!

7. Loop eens een blokje om in de pauze.  De frisse buitenlucht helpt om je fysieke energie snel weer wat op te krikken.

8. Neem een ademruimte. Breng je aandacht naar de adembeweging in je buik. Bewust van in- en uitademen, van moment tot moment. Zo doorbreek je de neiging om alsmaar door te werken. Het is een uitstekende manier om jezelf te vragen: hoe is het nu met mij? Wat voel ik in mijn lichaam? Hoe is mijn stemming?

9. Kijk gewoon eens een poosje uit het raam. Wees je bewust van hoe je staat of zit. Voel de contactpunten met je voeten op de grond. Of met je billen op je stoel. Laat met elke uitademing het gewicht van je lichaam wat dieper ‘zakken’ in de ondergrond. Doodsimpel, maar ‘it does the trick’.

10.  Wordt niet als die Britten en ga op vakantie! Laat je door geen manager of project tegenhouden. Je verdient die break!


Misschien heb jij nog andere tips en tricks om je energie op peil te houden op je werk? Laat ze me weten, dan zie je ze wellicht terug in een volgend artikel! 
Ik wens je een hele prettige vakantie toe!

Bron: 
De vakantie is een tijd om tot rust te komen. Even geen stress, geen gepieker. Wil je dit na de vakantie voortzetten en vol zelfvertrouwen de herfst begroeten? Meld je dan nu aan voor een van de ‘Snel Weer Sterk op je Werk’ mindfulness trainingen in september in Alkmaar of Beverwijk. Kijk voor het volledige aanbod op http://doesmindful.nl.