dinsdag 28 oktober 2014

Perfectionisme



Hooggevoelig en perfectionist

Een van de vele kenmerken van hooggevoeligheid is de sterke neiging tot perfectionisme. In tegenstelling tot andere obsessies wordt deze drang tot tot het nastreven van perfectie doorgaans beschouwd als iets positiefs, als iets waar je punten mee kunt scoren, maar pas op…
Het woord ‘perfect’ komt uit het latijn en betekent onder andere dat iets zó goed is dat het resultaat niet te overtreffen is. Laten we eerlijk zijn, dat ‘iets’ niet te verbeteren zou zijn is vaak een nogal subjectief oordeel, aangezien ikzelf misschien wel kan vinden dat dit- of datgene niet beter kan, maar dat een ander daar juist heel anders over denkt. We hebben dus te maken met een mening, met iets dat in de grond van de zaak volkomen relatief en aanvechtbaar is. ‘Perfectie’ is een illusie, een beeld dat we zelf creëren.
Een groot deel van mijn cliënten lijdt onder hun verlangen naar perfectie. Ze doen hun best om absoluut geen fouten te maken en om in alles wat er op hun weg komt volmaakt te zijn: de volmaakte partner, moeder, vader, dochter,zoon, collega… Het huis volmaakt op orde, het eten waar niets op aan te merken valt en dat vervolgens ook op een perfect gedekte tafel een plekje moet vinden. Perfectie in… alles. Door het nastreven van deze volmaaktheid zijn ze eigenlijk altijd moe, want het is in hun ogen nooit goed genoeg. Uitrusten, even bijkomen en genieten van het bereikte resultaat is er niet bij, want télkens wanneer ze denken dat ze er zijn, dat alles tot in de puntjes verzorgd of af is, zien ze weer iets anders dat nog voor verbetering vatbaar is. De perfectionist, lieve lezers, is zijn eigen grootste vijand. Tussen twee haakjes, we komen het ook tegen in het eveneens onbereikbare schoonheidsideaal, een boeiend thema waarbij vaak alleen naar het uiterlijk wordt gekeken en er nogal eens over het hoofd wordt gezien dat ware schoonheid van binnen zit en naar buiten toe zichtbaar wordt, in plaats van andersom…
Er is niks mis mee om iets goed te willen doen, om goed werk af te willen leveren, om jezelf van je beste kant te laten zien en om jezelf te willen overtreffen. Dit is alleen maar een uiterst nobel streven! Het wordt echter een probleem zodra dit streven overgaat in obsessief gedrag en andere aspecten van je leven eronder gaan lijden. Begin je te merken dat jouw verlangen om iets goed te doen sterker wordt dan andere behoeften en verlangens die voorheen ook een plekje hadden in je dagelijks bestaan, krijg je in de gaten dat je eigenlijk alleen nog maar aan dat ene ‘iets’ kunt denken en dat je er tot `s avonds in je bed over ligt te malen en dat je innerlijk niet meer tot rust kunt komen, dan ben je waarschijnlijk bezig om de grens tussen iets goed te willen doen en in obsessief gedrag te verzanden, te overschrijden.

Wanneer moet je op je hoede zijn?

  •  Zodra je merkt dat het je moeite kost om iets los te laten, om wat anders te gaan doen en je te ontspannen.
  • Zodra het ‘iets’ waar je mee bezig bent ten koste van je nachtrust begint te gaan.
  • Zodra je beseft dat je, in je gesprekken met andere mensen, alleen nog maar over jouw thema wilt praten.
  • Zodra je begint de complimentjes die je voor je werk krijgt in twijfel te trekken.
  • Zodra je vanuit je omgeving opmerkingen krijgt met betrekking tot je obsessieve gedrag.
Het is geen goed idee om je uit te putten en je in de stress te werken voor iets wat sowieso nooit haalbaar is. Het kan nooit verstandig zijn om je gezondheid op te offeren voor iets wat nooit bereikbaar is. (Stress en uitputting kunnen ziekte tot gevolg hebben). Ik wil best toegeven dat ik, net als veel van die cliënten van mij, vroeger ook dacht dat iets (ik) perfect moest zijn en dat ik mij daarvoor verschikkelijk kon uitsloven. Intussen echter weet ik dat het een veel beter idee is om de lat op het niveau van ‘voldoende’ te leggen, beseffende dat dit ‘voldoende’ evenzo een subjectief oordeel inhoudt, maar dan wel met het verschil dat je het op een bepaald moment los kunt laten, dat je een klus op een bepaald moment gewoon af kunt ronden en dat je niet eindeloos door hoeft te gaan waardoor je in het obsessieve terecht komt.
Zo herinner ik me de eerste lezing die ik moest geven. De angst en de onzekerheid hielden me in hun verlammende greep. Vanaf de lagere school leed ik aan toneelangst. Maar ik móest en zou die lezing geven, en ik dacht: als ik me maar heel goed voorbereid, als ik alles maar zo ongeveer uit mijn hoofd ken, dan kan het niet mis gaan. Maar ik kwam nooit aan het uit mijn hoofd leren toe, want ik schreef en herschreef mijn verhaal, verscheurde het en begon weer opnieuw… omdat het nooit goed genoeg was. Op een gegeven moment besloot ik mijn tekst (bíjna perfect) aan anderen te laten lezen, terwijl ik ondertussen toch alweer met een nieuwe versie bezig was. Toen mijn kritische lezers  zeiden dat het goed was, geloofde ik ze niet… Ik was alleen nog maar totaal geobsedeerd met die lezing bezig, ik snauwde mijn omgeving af, voor eten had ik geen tijd en slapen? Nou, ik kon mijn tijd wel beter besteden… aan het herschrijven en bijschaven van mijn verhaal. Totale waanzin! Uiteindelijk kwam die lezing best in orde, en ik heb er veel van geleerd: op die manier nóóit meer.
Om te beginnen drong het toen pas echt tot me door dat dit soort irrationeel perfectionistische gedrag voortkomt uit een diepe onzekerheid. Ik was doodsbenauwd om fouten te maken, om uitgelachen te worden en om niet aan de verwachting (van wie, in vredesnaam?) te voldoen. En dat alles, beste lezer, zat gewoon alleen maar in mijn eigen kop, mijn beïnvloedbare koppetje van hsp’er. Die onzekerheid, dat zwakke zelfbeeld is iets wat bij heel veel hsp’ers een grote rol speelt. Ga maar eens kritisch bij jezelf na of je daar ook last van hebt, en doe er dan wat aan, want de lat op ‘volmaakt’ leggen in plaats van op ‘voldoende’, ‘middelmatig’ of ‘aanvaardbaar’, kan ernstige gevolgen hebben.

Wat kun je doen? 

  • Begin met de lat wat lager te leggen: ‘aanvaardbaar’ is goed genoeg, en zeker als het van een hsp’er komt.
  • Besef dat alle etiketten, alle oordelen in jouw hoofd zitten en dat ze daarom subjectief zijn. Altijd. Het zijn regelrechte saboteurs.
  • Leer complimentjes aanvaarden (en ze ook te geloven!
  • Herhaal het mantram: ‘Doen is beter dan volmaakt.’
Ik las ooit eens ergens het volgende: ‘Om verlicht te raken kunnen je kiezen uit twee poorten. Boven de eerste staat geschreven: Perfectie, boven de tweede staat Voldoende. De eerste poort, die van de perfectie, is een schitterende, rijkelijk versierde poort die degene die ervoor staat met zijn pracht probeert te verleiden. Wie besluit deze poort te betreden stuit onveranderlijk op een ondoordringbare muur. En de tweede poort? Achter deze poort bevindt zich een magische tuin waar alles mogelijk is. Het is echter denkbaar dat het nooit bij je opkomt om deze tweede poort, deze poort van Voldoende, te betreden… Het is aan jou om te kiezen en een geheel nieuwe wereld vol ongekende mogelijkheden te ontdekken.

Bron: http://hooggevoeligisnietraar.blogspot.nl/2013/11/hooggevoelig-en-perfectionist.html

maandag 20 oktober 2014

The Shared Roots of Mental and Physical Pain


The Shared Roots of Mental and Physical Pain
Subscribe now to unlock challenges
"Sticks and stones may break my bones, but words can never hurt me."

The old adage is being called into question by new research from UCLA: Dr. Naomi Eisenberger has found that social rejection and physical pain are intrinsically linked in the brain, so much so that a lack of the former can impact the latter.
How social rejection might affect physical pain
In an experiment published in the 2006 issue of the journal Pain, Eisenberger used 75 subjects to explore perceptions of physical pain in the context of social situations.

First, researchers identified each person’s unique pain threshold by transmitting varying levels of heat to the forearm. Participants rated pain levels until they reached “very unpleasant.” This provided a baseline for personal pain thresholds under normal conditions.

Participants then participated in a ball-tossing game with three characters on a computer screen. One character represented the participant, and researchers told participants that the other two characters were played by real people, though a computer actually controlled everything. The participant was either socially included (the ball was tossed to their character) or excluded (the ball was never tossed to their character). In the final 30 seconds of the game, a new heat stimulus was applied and subjects again rated the level of pain they felt.

Unsurprisingly, the non-included group reported 67% more social distress on average. More surprisingly, the same people who reported great social distress from the game also reported higher pain ratings at the end of the game—showing a link between social and physical pain.
Other studies on improving emotional control
Many fMRI studies have confirmed that emotional and physical pain both activate the brain’s dorsal anterior cingulate cortex. Still other studies note that people who suffer from physical conditions such as chronic pain are more likely to have emotional anxiety and feel social rejection more deeply.

In a recent 2013 study in the Journal of Neuroscience, researchers explored one method of enhancing emotional control through an adaptation of a well-studied working memory task called n-back. In the standard n-back task, people must remember different visual or auditory stimuli from 1, 2, 3, or more trials ago; in this case, they were prompted with images of different facial expressions and emotionally loaded words such as dead and evil. Out of 34 total participants, those who spent 20 days using this emotion-based working memory task controlled their distress more effectively when later exposed to films of traumatic events.

These two studies are fairly preliminary; the future of understanding and improving emotional control is still full of open questions. But as researchers continue to explore the complex workings of the human mind, there is more and more evidence that seemingly unrelated functions may in fact share underlying brain processes. These fascinating insights into the neuropsychological basis of emotional distress only scratch the surface of what we can learn about the impact of emotional control on our daily lives.
 
Bron: Lumosity