woensdag 14 juli 2010

Jeffrey Wijnberg



Dit is een van mijn favoriete artikelen van Jeffrey Wijnberg. Hij is al ruim vijfentwintig jaar werkzaam als psychotherapeut. Sinds 1996 schrijft hij een wekelijkse column voor de pagina Vrouw in dagblad De Telegraaf. Eerder verscheen van hem: Gekker dan gek, Anti-assertiviteitsboek en In het diepste van de ziel is niets te zien. 

Steeds vaker krijg ik mensen in mijn praktijk die depressief geworden zijn zonder aanwijsbare reden. Zij hebben geen traumatisch verlies geleden en ervaren geen onvrede met werk, relaties of zichzelf. Bij nadere analyse blijkt dan sprake te zijn van ´chronische overprikkeling´, een aandoening die in lang vervlogen dagen door artsen werd gediagnosticeerd als het ´hyperesthetisch emotioneel syndroom´. 

Deze categorie patiënten vertoont een extreme gevoeligheid voor geluid, licht en de aanwezigheid van mensen. Zij schrikken als de telefoon gaat en zijn niet meer in staat om een toneelvoorstelling of verjaardagsfeestje bij te wonen. Zij schuwen het dagelijks verkeer en zien er tegenop om door te stad te wandelen of boodschappen te doen bij de plaatselijke supermarkt. De enige plek die als veilig wordt ervaren is de donkerte van hun eigen slaapkamer. 

Dat deze gevoeligheidskwaal in opkomst is, mag geen wonder heten. Het autoverkeer raast dag en nacht langs onze trommelvliezen, vliegtuigen komen af en aan terwijl de verlichting in en rondom de steden het natuurlijk zicht op de sterrenhemel verblindt. In winkels, liften en hotels klinkt onophoudelijk een irritant muziekje; en hoe je je ook wendt of keert, je komt altijd wel ergens kwebbelende mensen tegen. Daar komt nog bij dat een vrijstaand huis onbetaalbaar is geworden. Zo wonen wij hutjemutje en moeten onze eigen stereo-installatie harder zetten om de ruzies van de buren te maskeren. In elke huiskamer zoemt wel ergens een computer en als niemand stofzuigt dan is er wel een ander huishoudelijke apparaat dat gromt, bromt of piept. En alsof wij er niet genoeg van kunnen krijgen, maken wij ons voor iedereen bereikbaar door de mobiele telefoon. 

Laatst zat ik in een treincoupé die een sticker droeg met de tekst: ´stilte, werkcoupé´. Ik had mijn koffertje nog niet op het rek gelegd, of er gingen uit de tassen van mijn reisgenoten drie belriedeltjes tegelijkertijd af. Wetenschappers hebben aangetoond dat het zenuwgestel het meeste lijdt aan ´storingen´ waar mensen geen controle over hebben. Bedoeld worden de straatwerkers onder het raam van je kantoor, een in zijn neus pulkende collega of de bezoekende buurvrouw die het niet kan laten om het theelepeltje tegen het kopje te tikken. Om lichaam en geest niet in een toestand van verveling te laten vervallen, gaan we ook nog eens roken, snoepen, koffiedrinken of koortsachtig zappend voor de tv zitten. En wat we voorgeschoteld krijgen is geen aaneengesloten ontspannen geheel, maar flitsende en overbeweeglijke beelden onderbroken door schreeuwende reclameblokken. Internet, krant en radio zorgen voor een overdosis aan informatie; en wie even dreigt af te kicken van zijn eigen adrenaline kan nog altijd gaan joggen met de walkman op. 

Ik voorspel dat in enkele jaren de restresorts – gat in de markt! – als paddestoelen uit de grond rijzen. In deze gezondheidsklinieken kunnen lamgeslagen zielen even bijkomen van het geweld aan indrukken die zij in onze moderne samenleving te verwerken krijgen. Daar zal de ouderwetse rustkuur in ere worden hersteld en stilte de genezing zijn.

Artikel met dank aan Peter den Haring 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen