maandag 23 juli 2012

ADHD en de farmaceutische industrie

Prof. Dr. Henk Jan Out (1961) is bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde bij de afdeling farmacologie – toxicologie aan het UMC St Radboud in Nijmegen en het Nijmegen Centre for Evidence Based Practice.

Al geruime tijd vindt er in dit land een discussie plaats over ADHD. Ook op Artsennet wordt er regelmatig over geblogd. De politiek bemoeit zich er zelfs mee. Bestaat ADHD wel, is het een stoornis of, zoals Laura Batstra stelt, gewoon een gedrags- of temperamentvariant waar veel mensen in de omgeving moeite mee hebben? Ik ben geen expert en zal me zeker niet met de inhoudelijke discussie bemoeien. Maar ik verbaas me wel over de toon van de discussie als het over de farmaceutische industrie gaat. 

Zo is volgens sommigen het gebruik van medicatie om ongewenst gedrag te beïnvloeden uiterst onwenselijk. En ik kan me dat in eerste instantie ook wel voorstellen bij amfetamine-achtige stoffen voor kinderen. Maar dat is toch meer een emotionele dan rationele overweging. Het lijkt wel alsof het doel niet zozeer is om kinderen en ouders zo goed mogelijk te helpen maar eerder om gebruik van medicatie zo lang mogelijk uit te stellen. Waarom eigenlijk? Van pillen kan je in ieder geval zeggen dat ze uitgebreid onderzocht moeten worden op werkzaamheid en veiligheid voor gebruik, in tegenstelling tot veel gedrags- en psychotherapieën. En je moet goede redenen hebben om iemand een werkzame therapie te onthouden, of dat nu pillen zijn of niet. Zeker, geen werking zonder bijwerking, maar gaan we er misschien iets te gemakkelijk vanuit dat behandelingen zonder pillen niet schadelijk zouden kunnen zijn?

Alle experts geven aan dat er een plaats voor medicatie moet zijn bij ADHD. Vanwaar dan toch die agressie naar de pillenmakers? Het ADHD-netwerk mag haar wetenschappelijke meetings niet meer laten sponsoren door fabrikanten, vindt Van der Gaag, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Alsof de congrestassen van de meeste internationale psychiatrische congressen niet uitpuilen met foldermateriaal over pillen. De Volkskrant kopt verontrustend op de voorpagina dat farmaceuten een lucratieve markt zien voor ADHD voor volwassenen. Maar veel volwassenen met ADHD geven aan baat te hebben bij pillen. Niemand zal ontkennen dat het voorschrijven daarvan leidt tot winsten voor fabrikanten maar dat geldt ook voor apothekers, behandelaars en klinieken. Het is toch wat morbide om bij nieuwe succesvolle medische behandelingen allereerst te wijzen op winsten van hulpverleners. Maar dat gebeurt wel bij ADHD. Want dat is toch eigenlijk een gemedicaliseerde, niet-bestaande aandoening, lijkt de onderliggende gedachte. Die eenzijdige negatieve aandacht voor de fabrikant zegt dus vooral veel over de journalistieke invalshoek waar farma-bashing nou eenmaal lekker ligt. Waarom zou een farmaceut geen informatie of, zo U wilt, reclame mogen maken voor haar producten? Die informatie mag alleen gegeven worden aan de beroepsgroep, wordt streng gereguleerd door de Stichting Code Geneesmiddelenreclame en de Inspectie, is conform de bijsluiter en beschikt over een sterke evidence base. Zodanig sterk dat registratie-autoriteiten zo'n middel goedkeuren omdat de voordelen de nadelen overtreffen.

Misschien is het probleem wel dat methylfenidaat te goed werkt, waardoor het oneigenlijk wordt voorgeschreven. Dat ligt niet aan de farmaceut maar vooral aan de niet-deskundige voorschrijver. Dat kan eenvoudig gereguleerd worden indien gewenst, door alleen prescripties van (kinder)psychiaters toe te laten. Maar het is natuurlijk veel makkelijker om het misbruik toe te schrijven aan pillenmarketing. Eigenlijk vind ik dat de fabrikant geprezen moet worden omdat zij de therapeutische mogelijkheden heeft uitgebreid met meer en effectieve interventies. De talloze testimonials van ADHD-ers en hun ouders, waarvan het leven eindelijk structuur kreeg nadat ze vaak pas na lange tijd medicatie kregen, is daar getuige van. Dat is meer dan casuïstiek.

De discussie over ADHD gaat dus niet meer over hoe gezinnen het beste geholpen kunnen worden maar krijgt een ideologisch karakter. Ben je vóór of tegen pillen en ben je vóór of tegen pillenmarketing? Laten we dat niet verwarren met de vraag wat eigenlijk het beste is voor de ADHD-er en omgeving.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen