maandag 27 december 2010

Definitie hooggevoeligheid



De bevindingen van dr.W. Klages

In 1976 schreef de Duitse psychiater Wolffgang Klages voor het eerst uitgebreid over dit verschijnsel. Hij benaderde het begrip vanuit de psychiatrie. 

Als voorbeelden van hooggevoelige mensen uit de geschiedenis noemt hij: Marilyn Monroe en Vincent van Gogh.
Hij vergeleek de kenmerken van de hooggevoelige mens met neurotische mensen volgens DSMIII: neurose. Hij kwam tot de conclusie dat de ‘ziekte-variant’ neurose is en de variant grenzend aan enerzijds gezondheid en anderzijds ziekte: hooggevoeligheid genoemd kan worden. 

Hij geeft in zijn uitgave van 1991 een indrukwekkende en uitgebreide beschrijving van zulke fijngevoelige zintuiglijke waarnemingen en ordent deze op systematische wijze. 



De bevindingen van Dr. S. Pfeifer (2002)
 
Wat is hooggevoeligheid? Pfeifer benadrukt dat het gaat om een specifieke aanleg en niet om een ziekte. Het is echter een aanleg die het leven sterk beïnvloedt en gemakkelijk tot een ziekte kan worden. Sensitieve mensen nemen hun omgeving veel intensiever waar dan anderen. Daardoor kan bijvoorbeeld het horen van muziek voor hen een overweldigende ervaring worden.
Ze voelen dingen die anderen nog niet waarnemen, wat zich zelfs kan manifesteren als een paranormale begaafdheid. Op gewone dagelijkse ervaringen reageren ze echter ook veel heftiger, waarbij de reacties kunnen variëren van lichamelijke ongemakken tot emotionele ontregeling en angst. Het gewone leven kost hun daardoor heel veel energie. Hun neiging tot heftige reacties kan er vervolgens voor zorgen dat zich allerlei, voornamelijk psychiatrische ziektebeelden ontwikkelen.
 
Hij stelt dat bij sensitiviteit sprake is van een overgevoeligheid van dat deel van het zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor het goed functioneren van de interne organen, wat gemakkelijk tot lichamelijke klachten aanleiding kan geven. Daarnaast is bij hooggevoelige mensen sprake van een psychische kwetsbaarheid, waarbij Pfeifer overeenkomsten ziet met het neuroseconcept uit de psychoanalytische theorie van Sigmund Freud.
 
Bij neurosen is er sprake van een innerlijk conflict tussen onbewuste wensen en strevingen met onbewuste normen en waarden. Hoewel een dergelijk innerlijk conflict daarmee ook onbewust blijft, leidt het wel tot allerlei psychische of lichamelijke klachten. Pfeiffer legt de nadruk op de sterke wisselwerking tussen lichamelijke en psychische symptomen, waarbij hooggevoelige mensen de pech hebben dat zowel lichaam als geest op scherp staan afgesteld en in hun wederzijdse beïnvloeding een veelheid aan klachten kunnen veroorzaken.
 
De mening van psychiater Aad Hagendijk (2004) in een krantenartikel, samengevat:”Pfeifer concentreert zich op deze psychiatrische gevolgen van hooggevoeligheid. Daarbij doet hij wel een poging om de grenzen tussen sensitiviteit als gave en de overgang naar psychiatrische ziekten te markeren, maar in het geheel van zijn betoog blijft het verschil toch vaak onduidelijk. Pfeifer is tweeslachtig met betrekking tot de gedachte van Freud dat de oorzaak van een neurose is gelegen in vroegkinderlijke ervaringen. Enerzijds neemt hij afstand van trends in psychotherapie waarin ouders de schuld krijgen van het verdriet van hun inmiddels volwassen kinderen, tegelijkertijd benadrukt hij dat bij sensitieve kinderen allerlei gewone ervaringen zo’n grote impact hebben, dat ze bepalend kunnen worden voor de verdere vorming van de persoonlijkheid en de herinneringen die iemand later aan zijn jeugd heeft bewaard. Daarbij verbindt hij dus net als Freud problemen in het heden met ervaringen uit
het verleden. Maar anders dan Freud benadrukt hij dat de gemoedstoestand in het heden bepalend is voor de kleur van de bril waarmee we naar het verleden kijken.”

Dat betekent een waardevolle poging om ook in een therapeutische situatie recht te doen aan de roeping en de verantwoordelijkheid van de mens en daar vindt dan volgens Pfeifer de overgang van sensitiviteit naar ziekte plaats.( Pfeifer 2002).



De bevindingen van Elaine N.Aron
 
Amerikaans psychologe Elaine N. Aron was de eerste die in 1996 in de VS over hooggevoeligheid publiceerde. In Nederland werd het begrip pas in 2002 bekend, door de vertaling van haar boek: The highly sensitive child. 

Aron sluit aan bij Klages theorie, die weer ingegeven werd door Jung (Aron 2004a):
“Jung suggested that innate sensitiveness predisposes some individuals to be particularly affected by negative childhood experiences, so that later, when under pressure to adapt to some challenge, they retreat into infantile fantasies based on those experiences and become neurotic. Recent research by the author and others is reviewed to support Jung’s theory of sensitiveness as a distinctly thorough conscious and unconscious reflection on experiences. Indeed, this probably innate tendency is found in about twenty percent of humans, and, in a sense, in most species, in that about this percentage will evidence a strategy of thoroughly processing information before taking action, while the majority depend on efficient, rapid motor activity.”

In 1997 publiceerden Elaine en Arthur Aron in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology hun bevindingen over sensoryprocessing sensitivity, een term die bij het Nederlandse publiek bekend is geworden onder de term hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid. 

In de opvatting van Aron en Aron verwijst sensory-processing sensitivity naar een fundamentele eigenschap van het zenuwstelsel bij een relatief grote minderheid van mensen en dieren (ca. 20%).Deze eigenschap maakt dat zij zintuiglijke indrukken intenser ervaren dan mensen die een minder sensitief zenuwstelsel hebben.

(Aron en Aron 1997): “Over a series of 7 studies that used diverse samples and measures, this research identified a unidimensional core variable of high sensory-processing sensitivity and demonstrated its partial independence from social introversion and emotionality, variables with which it had been confused or subsumed in most previous theorizing by personality researchers. Additional findings were that there appear to be 2 distinct clusters of highly sensitive individuals (a smaller group with an unhappy childhood and related variables, and a larger group similar to nonhighly sensitive individuals except for their sensitivity) and that sensitivity moderates, at least for men, the relation of parental environment to reporting having had an unhappy childhood. This research also demonstrated adequate reliability and content, convergent, and discriminant validity for a 27-item Highly Sensitive Person Scale.”

Aron (2000) legt in haar boek uit hoe hoogsensitiviteit zich verhoudt tot de lijst van 9 eigenschappen die ontwikkeld is op basis van het werk van Alexander Thomas en Stella Chess. 
Opvallend hierbij is dat zij zeggen: een lage zintuiglijke drempel is hetzelfde als hoogsensitiviteit. Aron geeft aan dat de hoge intensiteit niet het gevolg is van uitzonderlijk goede zintuigen,maar het gevolg is van ‘diepere’ informatieverwerking. 
Om het wat concreter te maken: hoogsensitiviteit is de geneigdheid om zintuiglijke indrukken van diverse aard, als van geluid, licht, cafeïne, honger, pijn, kunst en de stemming van anderen zeer intens te verwerken. Een van de mogelijk negatieve gevolgen van deze intense verwerking is het gevoel overspoeld te worden door indrukken.
 
Hooggevoeligheid is volgens Aron(2007) in het verleden onterecht gelijkgesteld met emotionaliteit of neuroticisme. Hoewel er een positieve correlatie is tussen hooggevoeligheid en emotionaliteit hebben Aron en Aron (1997) in zeven empirische studies aangetoond dat hooggevoeligheid slechts gedeeltelijk samenhangt met emotionaliteit en introversie. Er blijken ook extraverte hooggevoeligen te zijn. 

Hoogsensitieve respondenten die aangaven een ongelukkige of traumatische jeugd te hebben gehad bleken relatief hoge scores op introversie en emotionaliteit te hebben. Hoogsensitieve respondenten met een gelukkige jeugd waren vergelijkbaar met respondenten die aangaven niet hoogsensitief te zijn (Aron, 2000).

Tegelijk met haar wetenschappelijke publicaties heeft Elaine Aron, die ook psychotherapeute is, haar bevindingen over en ervaringen met hooggevoeligheid en adviezen hoe met de mogelijk negatieve effecten om te gaan verwoordt in een zelfhulpboek. Elaine Aron richt zich in haar verklaring van hooggevoeligheid vooral op emotionele oorzaken en gevolgen, en legt nogal wat nadruk op overprikkeling. Daardoor ontstaat de indruk dat problemen rondom hoogsensitiviteit vooral te maken hebben met 'te open staan' voor indrukken en daardoor snel overprikkeld raken. 

Maar hooggevoeligheid is meer dan dat: Kenmerken van
hooggevoelige kinderen op basis van Aron’s onderzoek: Hoogsensitieve kinderen in het
basisonderwijs, (2006):

Bij hoogsensitieve kinderen herkennen we kenmerken uit alle vier categorieën. De kenmerken
staan in relatie tot elkaar en hebben dus vooral betekenis in hun onderlinge samenhang.
 
Kenmerken op lichamelijk gebied:
  • veel zien, kleine veranderingen waarnemen.
  • graag 'langs de kant' staan om te observeren.
  • scherp horen, bijvoorbeeld geluiden snel 'hard' noemen.
  • geïrriteerd zijn door kleine ongemakken, zoals labeltjes in kleding.
  • intens reageren op lichamelijke pijn.
  • Lchamelijk: het fysieke lichaam, inclusief de zintuigen
  • Emotioneel: gevoelens, omgang met anderen
  • Mentaal: denken, leren, informatieverwerking
  • Spiritueel: besef van een zingevende context, eventueel vallend buiten de grenzen
  • van het Hooggevoeligheid bij kinderen op de basisschool Elly Bos-Vlugt juni 2008
  • 10
  • subtiele geur- en smaakverschillen onderscheiden.
  • gevoelige ogen, bijvoorbeeld licht snel 'fel' noemen.
Kenmerken op emotioneel gebied:
  • aanvoelen van stemmingen en emoties.
  • zich snel zorgen maken.
  • toetrekken naar kinderen die enigszins buiten 'de groep' vallen.
  • behoefte hebben aan een rustige omgeving met niet te veel mensen.
  • moeite hebben met veranderende omstandigheden.
  • de kwetsbaarheid van anderen zien en begrijpen.
  • tijd nodig hebben om aan een nieuwe situatie of omgeving te wennen .
  • groot inlevingsvermogen in de gevoelens van anderen.
  • niet van verrassingen houden.
  • op jonge leeftijd al in staat zijn tot zelfreflectie.
  • niet in het middelpunt van de belangstelling willen staan.
Kenmerken op mentaal gebied:
  • een goed geheugen hebben.
  • voor de leeftijd over een grote woordenschat beschikken.
  • snel van de ene gedachte naar de andere associëren .
  • diepzinnige vragen stellen.
  • eindeloos willen weten 'waarom'.
  • resultaten van rekenen blijven achter bij de rest van de vakken.
  • een goed gevoel voor vreemde talen hebben, maar die graag in de praktijk leren via
  • conversatie (liever dan uit een boekje).
  • kennis op school niet letterlijk willen/kunnen reproduceren, maar liever creatief
  • toepassen .
  • moeite hebben met structureren en organiseren.
  • een hekel hebben aan oefenen en herhalen.
  • dichtklappen of zenuwachtig worden bij feitelijke, gesloten vragen.
  • liever belevend lezen dan begrijpend lezen.
Kenmerken op spiritueel gebied:
  • eigen wijsheid, heel gericht de eigen weg volgen.
  • vol levenslust, heel blij en enthousiast kunnen zijn.
  • zeer hechten aan de waarheid.
  • gericht zijn op liefde en vrede.
  • diep nadenken over levensvragen.
  • sterke binding hebben met de natuur (planten, dieren).
  • blijk geven van respect voor het leven en voor andere mensen.
  • wat tegenover elkaar staat tot harmonie (willen) brengen ('mediator').
  • Sommige kinderen geven blijk van paranormaal-spirituele kenmerken. Deze kenmerken
  • zijn niet karakteristiek voor alle hoogsensitieve kinderen, maar kunnen bij enkele van
  • hen wel overduidelijk aanwezig zijn:
  • geesten of entiteiten ervaren.
  • communiceren met elfjes, kabouters enz.
  • telepathische vermogens bezitten.
  • gebeurtenissen voorzien.
  • licht en kleuren (aura's) waarnemen.
  • herinneringen aan vorige levens hebben.

Al onze karaktereigenschappen zijn aangeboren en dus zeer wezenlijke aspecten van ons gedrag. Ze zijn genetisch bepaald en over het algemeen vanaf onze geboorte aanwezig. Denk hierbij aan hogere dierenrassen, waarbij o.a. gefokt wordt op gedragskenmerken. Het blijkt dat we bij bijna alle diersoorten twee persoonlijkheden aantreffen. Een aanzienlijke minderheid is sensitiever, zich bewust van subtiele verschillen, terwijl de overgrote meerderheid onverstoorbaar doorgaat zonder veel aandacht te besteden aan de situatie of omgeving.
 
Waarom zou dit verschil er zijn?
Stel je voor: twee herten voor aan de rand van een weide met mals gras. Het ene hert neemt ruim de tijd om alle signalen van de omgeving in zich op te nemen, zijn er geen roofdieren in de buurt ed., voordat hij van het gras gaat eten. Het andere hert blijft maar heel even staan voor hij naar het gras rent, om te eten. Heeft hert één gelijk, dan wordt hert twee opgegeten. Heeft hert twee gelijk dan zal hij pas later kunnen eten en al snel de zwakkere in de groep zijn. De aanwezigheid van 2 strategieën in een kudde vergroot dus de kans dat de kudde overleeft, wat er die dag ook op de weide gebeurt.
 
Mensen met een zeer actief ‘gedragsremmend systeem’ zijn hooggevoelig, blijkt uit wetenschappelijke verklaringsmodellen (Aron 2000). Hun rechterhersenhelft van het denkende deel van de hersenen ( de frontale cortex) is extra krachtig en actief. Voor hoogsensitieve personen is de drang tot stoppen en-checken waarschijnlijk sterker, doordat ze in een situatie zo veel informatie te verwerken krijgen.
 
Hier wordt duidelijk waarom deze kinderen in de klas om een eigen benaderingsmethode kunnen vragen. De meeste kinderen willen nl. meteen in actie komen, de HSK ‘s (de term die gebruikt wordt voor Hoog Sensitieve Kinderen) hebben vaak wat meer tijd nodig. Zij wegen eerst vele mogelijkheden tegen elkaar af, voor zij met het werk kunnen starten.

Tekst met dank aan: Hooggevoeligheid bij kinderen op de basisschool Elly Bos-Vlugt juni 2008

1 opmerking: